Tony

Sinds een jaar heb ik elke week een date met Tony. Ik zou wel vaker willen, maar het is beter om het rustig aan te doen. Mijn vriendinnen weten er van. “Ik heb vanavond een date met Tony” is tegenwoordig een legitieme reden om een afspraak te weigeren. Tony Chocolonely gaat in sommige gevallen gewoon voor.

Voordat ik Tony leerde kennen, at ik eigenlijk nooit chocoladerepen. Af en toe eens M&M’s of wat chocoladekoekjes, vaak met vriendin C. Tot mijn verjaardag vorig jaar. Op die catastrofale dag in 2015 kreeg ik van mijn lieve bovenbuurvrouw een reep Tony Chocolonely. Een gele. Nougat-smaak. Ik weet het nog als de dag van gisteren.

Sindsdien heb ik alle kleuren en smaken wel gehad. Mijn favoriet is de groene met hazelnoot, maar de oranje met karamel en zeezout is ook niet te versmaden. Zelfs de gewone ‘saaie’ melkreep is lekker. En had ik het al over de special gehad? Discokorrels met popcorn! Tony Chocolonely paaseitjes
Op pure chocola ben ik normaal gesproken niet zo dol, maar die van Tony vind ik uiteraard wel lekker. Vooral met pecannoten en karamel. Maar het aller-, állerbeste zijn de paaseitjes, want dan krijg je een echt eierdoosje met alle kleuren Tony er in. Beter wordt het niet.

Mijn nieuwe verslaving is mijn omgeving niet ontgaan. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met: “Nee, vanavond heb ik al met Tony afgesproken.”
Toen onlangs bekend werd dat Tony Chocolonely een heuse chocoladefabriek zou gaan openen in Amsterdam, kreeg ik binnen een uur tijd van vijf vriendinnen het bericht doorgestuurd. “Hier! Voor jou! Moet je heen! Heb je al kaartjes?” Dat soort teksten. Best ernstig, vijf meldingen in een uur. En natuurlijk wist ik het zelf allang.

Tony ChocolonelyNaast de fabriek is er nu ook een film over de ontstaansgeschiedenis van het bedrijf. Vriendin M. attendeerde me er op. Ik word dus blijkbaar meteen met Tony geassocieerd. Dat is niet goed voor mijn imago, eerlijk gezegd.

Ik moet af gaan kicken. Het was een heel leuk en vooral lekker jaar met mijn bruine vriend, maar het is nu tijd voor een nieuwe, gezondere verslaving. Een sportschool-verslaving of een sla-verslaving. Een ver-SLA-ving, in dat geval.
Maar voordat het zover is, wil ik eerst die film over Tony nog zien. Lekker in de bioscoop, met een flink stuk bruin goud erbij natuurlijk. Hazelnoot. Of toch maar die heerlijke karamel met zeezout? Misschien zelfs wel allebei, het is tenslotte mijn laatste date met Tony. Maar de liefde, die is nog lang niet over.

Op kantoor

Af en toe kijk ik vanuit helikopterperspectief naar mijn leven. Over sommige dingen ben ik dan tevreden, over andere minder. En sommige dingen vind ik van bovenaf gezien ronduit ráár. Zoals het leven op kantoor.

Ik heb hele gave, lieve, gekke collega’s met wie ik het goed kan vinden. Maar we zeggen wel vreemde dingen tegen elkaar.
“Hé hoooooi, hoe issie?!” “Ja goed, maar wel druk druk druk hoor. Die targets van Q4 hè, we moeten nog even een eindsprint inzetten.” “Ok, dan schiet ik wel even een meeting voor morgen in, want ik wil iets tegen je aanhouden. En dat kan niet wachten tot onze Bila of het overleg met de taskforce volgende week. Dit voelt echt als een aap op mijn schouder. Ik hoop dat ik samen met jou deze uitdaging plat kan slaan.”
Met dit soort gesprekken vul je met gemak een halve werkdag. En niemand kijkt er meer van op, nee hoor, we begrijpen elkaar.

Toen ik net begon met werken, lichtjaren geleden, moest ik erg wennen aan dergelijk kantoorjargon. Ik hoorde een zeergewaardeerde collega destijds vragen: “Wie is de probleemeigenaar?”
Wat?! dacht ik bij mezelf, hebben zelfs problemen hier een eigenaar? Nou, die moet ze dan toch oplossen lijkt me. Exit probleem. Maar zo eenvoudig lag dat niet, vertrouwde de collega me toe.

Het kan nog erger begreep ik laatst van een vriendin die net begonnen is bij een ministerie in Den Haag. Daar hebben ze het over pluffen en hossen*. Onbegrijpelijk als je geen ambtenaar bent.

Kantoor

Op zich is ons kantoorjargon dan nog wel aardig te volgen. Wat we wel veel doen merkte ik, is namen afkorten. Zo wordt Garikai Gary genoemd, Olga Ol, Linda Lin en Jitske Jits.
Hoewel, afkorten? Soms worden namen juist verlengd. Rick wordt Rickert bijvoorbeeld. Dat is misschien ook wel logisch, want aan Rick valt weinig af te korten. En m’n collega Irene gaat sinds kort door het leven als Bierene. Maar dat heeft meer met haar favoriete drankje te maken dan met de naam Irene an sich.

Over namen gesproken: de schoonmaker op kantoor is een allervriendelijkste man uit Marokko. Hij heet Appie. Ik stond er nooit bij stil dat dat eigenlijk geen gebruikelijke naam is voor een Marokkaanse man. Maar je kunt ook niet overal over nadenken, sommige zaken neem je gewoon voor waar aan.
Tótdat een collega mij laatst vertelde dat Appie helemaal geen Appie heet, maar Mohammed. Op mijn vraag waarom we hem dan Appie noemen, kwam het antwoord dat we vijf schoonmakers geleden een schoonmaker hadden die Appie heette. Sindsdien worden alle opvolgers, uit welke exotische windstreek dan ook, Appie genoemd.

Bij ons behoort dus blijkbaar zelfs de naam van de schoonmaker tot het jargon. Ik zei het al: het leven op kantoor is ronduit raar. Maar soms moet ik er vanuit mijn helikopter toch ook wel om lachen.

* pluffen: plv. – plaatsvervangend
hossen: HOS – Hoofd Ontwikkeling Samenwerking