De nieuwe kleren van mijn collega’s

“Hé!! Heb je een nieuw vest, O.?!” “Ja, gister samen met m’n moeder gekocht!” “Oh mooi, die lichte zomerkleur. Want je donkerblauwe en bruine vest zijn meer voor de winter.” “Vond ik ook. Maar jij hebt ook iets nieuws aan!” “Ja, vorige week gekocht.”

Zomaar een gesprekje op kantoor.

KlerenEenzelfde conversatie had ik een dag later met een andere collega. Ik complimenteerde
hem met zijn nieuwe trui. Ik had meteen gezien dat die nieuw was. Helaas was hij zelf niet zo tevreden over de groene kleur. “Staat je wel goed hoor, en je draagt bovendien nooit groen”, pepte ik hem op.

Al een paar jaar werk ik samen met een groep grotendeels dezelfde collega’s. Op een gegeven moment weet je best veel van elkaar. Zoals hoe het met ouders gaat, hoogte- en dieptepunten uit elkaars liefdesleven en dus wanneer iemand nieuwe kleding heeft.

Ook ken je elkaars gekke eigenschappen en gewoontes. Zo praten collega’s R. en R. vaak in een andere taal met elkaar. Waarom is me een raadsel. Surinaams, Frans, Spaans, Vlaams; vrijwel elke taal passeert de revue. Duits is echter veruit de favoriet. Gedurende de dag komen er een hoop hele en halve Duitse zinnen voorbij. Wellicht heeft het met de fascinatie van de ene R. voor de Tweede Wereldoorlog te maken. Ook voor wat lastigere of exotische talen draaien de heren hun hand niet om. Toen ik aankondigde naar Iran op vakantie te gaan, was Arabisch plotseling ‘de bom’ en kreeg ik de hele dag ‘Inshallah’ en ‘Allah Akbar’ naar mijn hoofd geslingerd.

Na een paar jaar samenwerken met dezelfde mensen, raak je qua humor ook wel aan elkaar gewend. Gelukkig zit ik een team met een paar feestneuzen, dus ik hoefde niet lang te wennen op zich. Een dag niet gelachen is in mijn geval een dag niet gewerkt. Een koffiepauze verliep laatst bijvoorbeeld zo: Ik vertelde dat ik op de Wallen was geweest. “Oh, wat deed je daar dan?”, vroeg de ene R. “Ik werk daar”, zei ik met uitgestreken gezicht. “Ah, dus je hebt nu eindelijk van je hobby je beroep gemaakt.” Aldus de andere R. Tsja. Dit is dan de nog wat meer intelligente kantoorhumor. Er gaat ook wel eens een scheetkussen rond en daar wordt dan ook hard om gelachen. Letterlijk platte, luchtige humor.

Wallen

Als de collega’s en de grappen me even teveel worden, correctie; als de werkdruk me teveel wordt, neem ik een paar minuten pauze. Ter ontspanning lees ik dan digitale krant De Correspondent. Een van de favoriete auteurs is Arnon Grunberg. Een ietwat vage filosoof die de rubriek ‘Thuis ben je waar…’ schrijft. Mooie stukken tekst, maar de clou ontgaat me meestal. Iets met ‘Thuis ben je waar de vrouw van de barpianist op je spullen past’ en Thuis ben je waar de ondergang je vriend is’. Ja ja, natuurlijk.

Waar ben ik eigenlijk thuis, naast mijn eigen huis? Op mijn werk in ieder geval. Waar we grappen maken over mijn zogenaamde werk op de Wallen. En we de inhoud van elkaars kledingkast uit ons hoofd kennen.

Naar de kapper

Afgelopen week las ik in de Amsterdamse uitkrant een artikel over kappers. Correctie. Het artikel ging over winkels, barretjes en fietsenmakers waar óók je haar geknipt kan worden. Het zijn zogenaamde ‘beleveniskappers’. “Louter knippen is passé”, volgens het artikel.

Hartstikke leuk, dit soort initiatieven. Maar ik moet bekennen dat ik nog geen klant ben van zo’n ‘beleveniskapper’. Ik heb al jarenlang halflang tot lang haar. Bij elk kappersbezoek is het recept: “Doe maar een stukje er af.” “Ja, in laagjes, ja.” Ik heb al heel wat gapende kappers gezien. Laat staan dat zo’n écht hippe kapper annex fietsenmaker annex wijnbar annex boekenwinkel lol aan mij zal beleven.

Kapper

Helaas voor deze entrepeneurs is er nóg een heel grote groep vrouwen waar de knip-belevenis niet centraal staat. De vrouwen met Kort Pittig Kapsel. Ja, bewust met hoofdletters, zo heet namelijk de roemruchte groep op Facebook. Dames met namen als Jos, Helma, Paula en Miranda tonen er vol trots hun Kort Pittige Koppie. Hun kapsel laat zich het beste omschrijven als opgeschoren aan de zijkant en stekels bovenop. ‘Stiekels’, zoals we vroeger in Drenthe zeiden. En bij voorkeur zijn de stekels koperrood geverfd. Soms bevat het korte kapsel een langere lok, strak en scheef over het voorhoofd getrokken.
Om de pronte boezem dragen deze dames een felgekleurd en druk gedessineerd tricot tuniek van Miss Etam. Verder naar beneden een witte driekwart legging. Waar je deze pittige types tegenkomt, behalve op hun eigen Facebookpagina? Nou, bij de Huishoudbeurs bijvoorbeeld, met de rolkoffer vol gratis goodiebags.

Over vroeger gesproken; vriendin C. en ik waren in onze studententijd altijd doodsbang voor het moment dat we later een jas met afbeelding van een bloem of beertje Paddington op de achterkant zouden gaan dragen. En een kapsel met ‘stiekels’ zouden hebben. Want ons studentenbrein dacht dat je dat nou eenmaal deed en had, als je de dertig gepasseerd was. Zowel C. als ik zijn inmiddels in volle glorie de dertig gepasseerd en dragen géén jas met een beertje of bloem achterop en hebben géén kort, pittig kapsel.

Misschien zou ik, om het Kort Pittige Kapsel voor te blijven, toch maar eens naar Kappereen ‘beleveniskapper’ moeten. Nu ik erover nadenk vind ik het eigenlijk ongelijkwaardig
dat de Kort Pittige Vrouw niet haar eigen ‘beleveniskapper’ heeft. Geknipt worden met een glaasje Apfelkorn in de hand, een live concert van Frans Bauer en na afloop een rolkoffer met beautycadeautjes mee naar huis. Er is markt voor, als ik om me heen en op Facebook kijk. Maar ik sla deze kapper voorlopig met liefde over. Het is mijn tijd nog niet, denk ik. Hoop ik.