Bij de politie


Sinds kort zit ik bij de politie. Nou ja, niet echt natuurlijk. Nee. Ik zit bij de Facebookgroep Politie Amsterdam Overtoomsesluis. Vraag me niet hoe ik lid van deze groep ben geworden, ineens was ik het. En wat blijkt, het is een interessante groep.

Onder het kopje Informatie lees ik bijvoorbeeld letterlijk:

“Anno 2015 kunnen wij politie PolitieagentOvertoomse Sluis ons niet meer verschuilen voor de digitale platformen. Onze visie om ‘ online ‘ te zijn is, u snel en vaak met beelden / foto’s te informeren over wat wij allemaal doen in jouw buurt. Ons redactieteam, zijn gewoon collega’s die dag en nacht werken, gewoon, op straat in uw wijk. En soms ook, gewoon, vrij zijn! Immers zijn wij niks voor niks #ASD247. Met u mening en ons soms inventieve wijze zoeken wij samen naar de verbinding. Want samen zijn wij sterk. #OvertoomseSluisZoektVerbinding”

Potverdorie, per zin stijgt toch je sympathie voor de politie? Ik zie al voor me hoe een agent heeft zitten zwoegen op zo’n tekst. Omdat zijn/haar leidinggevende vond dat ‘we ons niet meer kunnen verschuilen voor digitale platformen.’ Tijdens het tekstueel ploeteren vergetend dat drie keer het woord ‘gewoon’ in een zin niet zo fraai is. Heel andere koek dan boeven vangen, maar de schrijvende agenten doen het met verve vind ik. Samen zijn zij sterk. Niet altijd even helder geschreven, maar met de beste wil van de wereld. Én met veel hashtags.

Ik lees vervolgens een bericht over een ongeluk in de Kinkerstraat:

“Een groep Franse mannen (toeristen), had hier in het mooie Amsterdam fietsen gehuurd. De Fransen waren fietsend een vrijgezellen feest aan het vieren.” Een van de feestvierders had volgens de politie de gladheid van de trambaan onderschat en was onderuit gegaan. “De Franse mannen alsmede de aanstaande bruidegom waren erg behulpzaam. Ook bekommerden zij zich over hun vriend door bij hem te blijven terwijl Ambulancedienst van Amsterdam eo met hun vriend bezig was.”

Wat een heerlijke, droge beschouwing. Het lijkt me niet meer dan logisch dat je je om je vriend bekommert en bij hem blijft als die gewond geraakt is. Zélfs de aanstaande bruidegom heeft volgens de politie geholpen! Nou, het moet niet gekker worden.

Maar dan komt het.

“Terwijl we druk bezig waren met de hulpverlening aan het ongelukkige slachtoffer, heeft een of andere onverlaat de fiets van het slachtoffer gestolen. De Franse toeristen baalden enorm en hebben helaas geen mooie ervaring nu aan Amsterdam. Namens ons dank hiervoor! ‪#‎waargaathetheen‬.”

Ik schiet in de lach vanwege de woordkeuze: ‘een of andere onverlaat’. Pietje Bell verschijnt op mijn netvlies. En vooral ‘namens ons dank hiervoor!’. Tussen de regels door lees je de irritatie. Het zit de schrijvende agent echt dwars. Wel weer een mooie #hashtag overigens.

Ongeluk

Maar gelukkig zijn er ook zaken die vrolijker eindigen. Onlangs zagen twee dienders op het Mercatorplein een puppy uit de tram stappen. Ze hebben hem gevangen en meegenomen naar het bureau. “Al snel meldde zijn baasje zich. De pup, Kees genaamd, was alleen op avontuur gegaan. De pup en zijn baasje zijn weer herenigd! Kees heeft natuurlijk een “112 Ik speur mee” halsband gekregen! Kees closed!”

Kees closed. Dan ben je een agent met humor hoor. Een baas.

Ik speur nog wat verder en kom een bericht tegen over het verwijderen van fietswrakken:

“Heeft u een fiets die u nooit meer gebruikt? Bedenk dan wat u er mee wil. Misschien is het tijd dat u afscheid van hem neemt? #opgeruimdstaatnetjes.” Benieuwd hoeveel mensen deze raad ter harte nemen, maar een sympathiek advies is het wel, afscheid nemen van je fiets.

Vaak klinkt de roep om meer blauw op straat. Ik roep in ieder geval om meer blauw op Facebook. Ik weet niet of de wereld er echt veiliger van wordt, maar in ieder geval wél grappiger. #ikbenfan

NB: Ja, er staan wat taalfouten in deze column. Ik heb bepaalde stukken tekst letterlijk van de Facebookpagina van de politie geciteerd. Inclusief taalfouten 😉

In de put

Ik praat vaak over mijn werk. Op elke verjaardag/borrel/bruiloft/vul maar in. Wat doe je voor werk schijnt men gráág van mij te willen weten. Of ‘hullie’ denken dat ik naast mijn werk geen leven heb, dat kan ook.

Toen ik de beroemde vraag laatst zelf op een borrel stelde aan iemand, kreeg ik lik op stuk van hem. “We hebben het hier in Nederland altijd maar over werk!”, brieste hij. “Net of er geen belangrijkere dingen bestaan!” Natuurlijk bestaan er wel belangrijkere dingen, maar daar wil ik het niet met jou over hebben, dacht ik bij mezelf.

Afijn.

Ik moest denken aan de reportage die ik even daarvoor in de krant las. De verslaggever
ging mee met een putwacht: schoonmaken in het Amsterdamse riool. Ja, anno 2016 gebeurt dat nog steeds deels met de hand; raar maar waar. Volgens de verslaggever “probeert de putwacht van Waternet met een verfkrabber de buizen schoon te houden.” Probeert. Dat klinkt niet veelbelovend. En dan ook nog met een vérfkrabber.

Het riool met de hand schoonmaken is geen onschuldig klusje. Het is een kweekvijver voor schadelijke bacteriën, virussen en schimmels, wat voor verstikking door zuurstoftekort of vergiftiging door gassen kan zorgen. Bij een te hoge concentratie ben je zo van de wereld. Daarom wordt de lucht continu via een gasmeter in de gaten gehouden. “Als de meter uitslaat, is het rennen geblazen”, vertelt putwacht Ron nuchter. Terwijl hij een keer onder de grond zat, werd verderop een drugslab opgerold. Het drugsafval werd snel in het riool gedumpt. “Levensgevaarlijk.”

Riool

Gewapend met hun verfkrabbers kruipen Ron en zijn collega’s het buizenstelsel in om het vuil van duizenden stadsbewoners van de muren te schrapen. In twee jaar tijd wordt zo het hele rioolstelsel onderhouden. Daarna begint het, hoe verrassend, weer opnieuw. Ron: “Ik zit al 27 jaar in de put.” Dat doet blijkbaar niet af aan zijn droge humor.

Maar dan. Ondergronds blijkt het interessanter en levendiger dan gedacht. Ron wijst een rattennest aan. “We zien ratten zo groot als katten.” Even verderop springt een kikker weg. Er drijft een stuk poep voorbij. Een stevig stuk, zegt hij bewonderend, want de meeste drollen zijn al stukgeslagen na een paar vrije vallen eerder in het riool.
Verder weet Ron na 27 jaar dat de meeste mensen hun gebruikte condooms netjes dichtknopen. Altijd een interessant weetje voor op eerdergenoemde feesten en partijen. Ook is duidelijk wanneer de zomervakantie begint, want dan bevat het riool een overdosis goudvissen. Rare jongens, die Amsterdammers.

Tjonge, wat een baan heeft deze beste man. Hij verkeert dagelijks tussen onze gebruikte condooms, afgedankte goudvissen en ratten zo groot als katten. Respect. Vergeleken met Ron is mijn werk maar Spielerei Onder Het Systeemplafond. Waar we snel een raam openzetten als een collega iets teveel knoflook heeft gegeten en we om het uur een verse cappuccino halen.

Zolang er mensen met een beroep als putwacht bestaan, wil ik het op elk feestje juist héél graag over werk hebben. Over Ron’s werk bijvoorbeeld, want dat is reuze belangrijk. Maar maak dat die lik-op-stuk-kerel maar eens wijs.