Einde kwartaal, einde verhaal

Hij komt al dansend in een gouden glitterpak op vanuit de mensenmassa. Er wordt luid gejuicht en geklapt. “Dat was leuk”, was zijn nuchtere commentaar. Quizmaster Wouter; in het dagelijks leven accountmanager, maar voor deze gelegenheid eindbaas van de eerste enige echte Persgroep Employment Solutions Pubquiz. Geen PUBquiz, maar een PESquiz. Minstens zo leuk. Het quizmasterschap was overigens geen vrije keuze; Wouter was één keer niet aanwezig bij een pubquizvergadering en meteen werd hij door de dames gebombardeerd tot quizmaster. Ja, zo doen wij vrouwen dat, mannen. Wees gewaarschuwd.

De teams zijn geformeerd en de spekjes en M&M’s staan klaar. De quiz gaat van start; we zien video’s met willekeurige collega’s die iets vertellen over werk waar ze op dat moment mee bezig zijn. Zo leren we over Elastic Fantastic (het actieve job seeker team), TTD (Tech Tooling Data) en de nieuwe contentstrategie van Intermediair (gebaseerd op AHA- momenten). Ook maakt een zekere Groningse salesmanager ons per abuis duidelijk dat hij een team vol gemiddelde accountmanagers leidt (of lijdt misschien wel). Bedankt baas, zou ik denken als ik accountmanager in dat team was. En natuurlijk zijn er van die vreselijke vragen waarbij je het antwoord eigenlijk wel weet, maar nu nét éven níet. Wanneer het Beste Werkgevers Event is? Tsja, de chef Beste Werkgevers Event zei het een paar dagen geleden nog tegen me. Zucht, exacte datum vergeten, zul je net zien. Gelukkig komt op zo’n moment onze antwoordstrategie van pas (ja, we hadden een heuse strategie): bij twijfel kiezen we antwoord C. Dat bleek verrassend vaak het juiste antwoord te zijn. We staan gedeelde tweede, met nog 6 andere teams.
Team 5 wint uiteindelijk de prijzen, die volgens de quizmaster van de vrachtwagen waren gevallen. Ondergetekende is dus niet per definitie jaloers. Maar had toch stiekem best met de eer willen strijken. Want dat is het natuurlijk; een eer.

pubquiz

Sander komt rechstreeks vanaf Schiphol binnensprinten en kan nog net de afsluiting doen. Bijna had hij het eind van de quiz gemist, want ‘er stond een klein karretje voor het vliegtuig, waardoor we geen kant op konden.’ Zul je net zien op zo’n belangrijk moment. Een klein karretje met grote gevolgen.

Maar goed, het feest kan beginnen want Sander is binnen. We gaan door met de dPOS-presentaties. Eerst moeten de nieuwe medewerkers op het podium komen voor een kort voorstelrondje. Leuk idee, maar wat gebeurt er? Een horde mensen stormt op het podium af! Met andere woorden, de helft van het bedrijf is nieuw. Iedereen noemt naam, functie en afdeling, de een op wat frivolere wijze dan de ander. Ik kom er achter dat collega’s die dagelijks mijn bureau passeren, uit alle windstreken komen: Zweden, Brazilië, Oekraïne, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittanië. Maar ook gewoon Grietje uit Groningen, om het geheel een beetje nuchter en in evenwicht te houden.

Bart presenteert vervolgens deel 2 van de resultaten van het medewerkerstevredenheidonderzoek. Hij stipt het punt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen aan. “Daar scoren we nog onvoldoende op.” Hij toont een foto van drie jaar geleden, waarop enkele jongens van Tweakers aan een computer sleutelen voor een goed doel. “Zie je wel, we kunnen het wel”, zegt Bart hoopvol op basis van de drie jaar oude foto.

Na Bart’s onderzoek komt Mike de IT-directeur op het podium. Fijntjes merkt hij op dat hij als native English speaker een presentatie gaat geven in het Nederlands, die vervolgens realtime vertaald wordt naar Engels door de aanwezige tolk. Ja, dat is de wereld op z’n kop inderdaad. Maar soit. Niet omdat het moet, maar gewoon omdat het kan.
Mike geeft ons inzicht in de organisatiearchitectuur. Na dit formele gedeelte presenteert hij Mike’s Wijsheden, zoals ‘Iets dat af is, is beter dan iets dat perfect maar niet af is.’ Kijk, dat vind ik nou een goeie, die ga ik onthouden. En: ‘Laat je ego thuis.’ In een specifieke hoek van de zaal klinkt rumoer, kennelijk is er daar iemand die zich erg aangesproken voelt.

De presentaties vorderen en na de laatste van Jitske in haar mooie nieuwe blouse, wordt het tijd voor ‘een stukje entertainment’, zoals dat tegenwoordig heet. Onze Groningse huisrapper Muzza komt in actie. En hoe! Na een opstarthobbeltje schudt hij met het grootste gemak een toffe rap uit z’n mouw, ondersteund met prachtige beelden van mooie mensen. Hé, dat zijn wij zelf toevallig! Kippenvel. Schitterend.

rap

Na dit hoogtepunt sluit Sander af. Hij vertelt over de vermeende grap van zonnekoning
Christian van Thillo; dPOS kon wel groeien van 40 miljoen naar 150 miljoen. Nadat Sander
smakelijk had gelachen om dit sterke staaltje Vlaamse humor, bleek het bittere ernst te zijn: het stond de volgende dag zwart op wit in een e-mail bevestigd. Allez, geen probleem, kunnen wij binnenkort mooi weer kennismaken met nieuwe collega’s uit Zuid-Korea, Paraguay, Finland, Mozambique en Groningen. Reuze gezellig en leerzaam.

Over gezelligheid gesproken, Sander had zijn laatste woord nog niet uitgesproken, of de band begint te spelen. Op naar de Summer Sangria Swing borrel! En om Muzza de huisrapper te citeren: “Een fijne vakantie, dit was ’t einde van het kwartaal, einde verhaal.” Proost.

band

Ik heb een klacht

Ik heb een klacht. Overal waar ik kom in Amsterdam, gaat de brug open. Onzin zou je denken; je overdrijft, maar nee. Er zijn namelijk 1539 bruggen in Amsterdam. Waarvan 252 in het centrum. En ze gaan echt vaak open! Kortom, een gegronde klacht, al zeg ik het zelf. En ik heb nog eens extra pech.

Tussen mijn huis en de stad ligt namelijk de Kostverlorenvaart. Ga ik vanuit huis linksaf
richting stad, dan sta ik onherroepelijk stil bij de brug bij de Kinkerstraat. Ga ik rechtsaf,
dan moet ik steevast wachten bij de Overtoom. Menig appje heb ik al verstuurd vanaf deze locaties: “Grrrr, brug open, ben 5 min later.” De Rijn is qua scheepvaartdrukte niets
vergeleken bij de Kostverlorenvaart. Vrachtschip na vrachtschip komt voorbij, volgeladen met zand of auto’s. Geen idee wat we midden in de stad met zoveel zand en auto’s moeten, maar er zal vast een hoger doel achter zitten.

Het tafereel gaat vaak zo: ik kom aanfietsen en de alarmbellen beginnen te rinkelen. De
slagbomen blijven echter gewoon open. Provinciaal als ik ben, durf ik toch niet meer door te rijden. Hordes mensen hebben wél lef en lopen of fietsen stoïcijns door. Inmiddels dalen de slagbomen. Nóg steken mensen de brug over. Aan de overkant een gillend groepje pubermeisjes en aan mijn kant kruipt een junk onder de slagboom door en lacht me tandeloos toe: “Ken prima, schèt.”
Brug in Amsterdam
Ik posteer mezelf zo ongeveer met mijn neus tegen de slagboom. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. En nóg presteert een kerel het om zich even later met fiets en al tussen mij en de slagboom in te wurmen. Dames gaan in Amsterdam kennelijk niet meer voor. Intussen passeert het vrachtschip. Ludovica heet ze. Toeristen nemen foto’s van het schip; selfies met zichzelf vol in beeld. Zodra Ludovica voorbij is en de brug weer geopend, stuift de massa weg. Tringelende trams, fietsers, voetgangers, auto’s; alles kriskras door elkaar: de chaos is compleet. Survival of the fittest.

Laatst dacht ik slim te zijn toen ik zag dat de brug weer eens open ging. Ik had geen zin om lang stil te moeten staan. Nee, ik zou een lekker visje gaan halen bij de visboer naast de brug. Ik werd geholpen door de vrouw van de visboer, die me in elke zin aansprak met ‘dame’. Meneer de visboer besloot zelf ook klanten te gaan helpen en zei tegen de man achter me: “Jongeman, zeg het maar!”. De man keek rond en zei grappend: “U zult mij wel bedoelen?!”. Ik moest toch op de brug wachten dus ik mengde me ook maar in het gesprek: “Tsja, ík voel me niet aangesproken.”. We lachten allevier en grapten nog wat door. Al knipogend naar mij liep de jongeman na z’n aankoop weg, de lange wachtrij voor de open brug in.

Bij nader inzien hoeft wachten bij een brug niet per definitie vervelend te zijn. Je ziet nog
eens wat, dus eigenlijk mag ik blij zijn met die 1539 Amsterdamse bruggen. Ik trek mijn klacht maar weer in.