Hobby

Ik hou van hobby’s. Daarom heb ik er ook best veel: fietsen, spinning, door de stad lopen, fotograferen, koffie drinken, uitgaan, lezen, pubquizzen, schrijven, boodschappen in de buurt doen, concerten, musea, kletsen met vriendinnen. Ga zo maar door. En luieren. Maar of dat een hobby is? Het is meer iets waar ik goed in ben.

Allemaal leuk en aardig, maar echt opvallend zijn deze bezigheden niet. Jammer, want iets bijzonders doen in je vrije tijd is best leuk. Zo heb ik in het datingcircuit al een aantal mannen ontmoet die een spraakmakende hobby hadden waar ze smakelijk over konden vertellen. Zo was er een die z’n racefiets meenam op vakantie naar verre oorden zoals Kenia en de Filipijnen en daar vervolgens wekenlange trektochten maakte. Stoer, ik hing aan zijn lippen. Figuurlijk. Letterlijk leek me nog wat vroeg halverwege een eerste date.

Anderen waren erg gepassioneerd over koken/muziek/gamen/geneeskunde/theater/

yoga/televisiekijken/voetbal/werk/drugs/

katten/fotografie/festivals. En nieuwsgierig als ik ben, wilde ik altijd het naadje van de kous weten. Menig man heeft met mij daarom de date van z’n leven gehad vermoed ik, zoveel interesse.

Maar het kan gekker, lees ik in het Parool.

Elke zondagochtend komt in Spaarnwoude een groepje mannen samen. Ze rijden daar op treintjes. Grote mannen op kleine zelfgebouwde treintjes. De benen wijd en knieën en voeten buitenboord.

Treintje

Dertig jaar geleden begon de club mannen in hartje Amsterdam een modelbouwvereniging. Toen het parkeergeld werd ingevoerd, zijn ze verkast naar Spaarnwoude. Want het mocht niet teveel kosten. In Spaarnwoude ligt inmiddels een parcours met drie spoorbanen. Maar dat is niet alles; een station met houten banken, een kassahokje en seinpalen maken het compleet. Allemaal door de heren zelf gebouwd.

De treinfanaten nemen hun hobby erg serieus. Dat is te zien aan bijvoorbeeld Kees. Hij draagt een bordeauxrode stationschefpet. ‘Mijn locomotief is helemaal van hout. Ja, dat is wat hoor. Ik heb hem zo gemaakt dat hij acht kinderen of vier volwassenen kan hebben.’ Met een kniptang knipt Kees de kaartjes van de passagiers. Het lijkt wel echt. ‘Op zondagen zit mijn trein vaak stampvol. Die blije smoeltjes, daar doe je het voor.’
Wat een fascinerende toestand. Wie verzint nou zo’n hobby? Het ziet er in ieder geval
hilarisch uit op de foto’s, die grote mannen op kleine treintjes. Ik zie het helemaal voor me.

Treintje

Misschien moet ik komend weekend eens gaan kijken in Spaarnwoude en meteen een ritje maken. Niet om het een of ander natuurlijk, gewoon uit nieuwsgierigheid. Een date zal er niet van komen, maar een onverwachte nieuwe hobby wellicht wel. Of anders op z’n minst een blij smoeltje.

Vieze Oude Man

Het kantoor waar ik werk staat op een scheepswerf. Daar worden soms evenementen georganiseerd, zoals deze week de botenbeurs Hiswa. Collega R. zei vorige week dat hij blij was dat hij dan net een paar dagen vakantie had, want dan kon hij mooi de drukte ontwijken. ‘En de ouwe mannen met rooie broeken en bootschoenen’, vulde ik enthousiast aan. R. keek me niet-begrijpend aan en ik omschreef zo gedetailleerd mogelijk de doelgroep van de Hiswa.

Oudere mannen. Ik vind ze een klasse apart. Zo verwonder ik me over hun eenduidige tenue. Ze bevolken straten, terrassen, treinen en natuurgebieden in ruitjesblouse met korte mouw en een kakikleurig sportief gilet met grote zakken er over heen. Zoiets wat je boven een afritsbroek zou dragen. Denk aan Midas Dekkers. De klassieke outfit van de gepensioneerde, maar kwieke oudere man. De non-pensionado’s zie je in kantooromgevingen zonder gilet, maar met ruitjesblouse met korte mouwen én toegangspasje van het kantoor met een clip aan de broekrand bevestigd. Met trekkoordje.

Maar, nergens verwonder ik me méér over dan over oude mannetjes die zich bij bouwputten ophouden. De bouwputstaarders. Elke bouwplaats kent ze en elk hedendaags kantoorgebouw heeft haar groupie gekend.
Hoe, in hemelsnaam, kun je hele dagen met een groepje soortgenoten in de herrie staren naar bouwwerkzaamheden? Vinden ze het echt zo interessant, of worden ze weggestuurd door Moeder de Vrouw die niet de hele dag opgescheept wil zitten met haar ega? Als ik inderdaad denk aan zo’n potige huisvrouw, kan ik me toch eigenlijk ook wel voorstellen dat de heren liever de hele dag in de bouwherrie zitten, dan thuis op de bank. Maar een wonderlijk fenomeen blijft het, de bouwputstaardert.

Oude mannen op een bouwplaats

Er is echter een baas boven baas, die de kwieke gepensioneerde en de bouwputstaarder overtreft qua opvallend gedrag. De Vieze Oude Man.

Die term is gemunt door cabaretier Janneke Jager. Laatst was ik bij een voorstelling van haar, waar ze een nummer zong over de oudere man. De Vieze Oude Man welteverstaan. Dames vanaf mid-dertig moeten volgens Janneke oppassen voor deze meneer. Gelukkig, ik heb nog een jaar om me voor te bereiden op dit Grote Gevaar. Al snap ik al wel wat ze bedoelt. Om de sfeer te omschrijven hier een fragment uit Het Vieze Oude Mannen Lied:

“Met je afritsbroek aan, wat denk je nou zelf
En haren uit je oren, wat denk je nou zélf

Met je klikkende kunstgebit
En fiets met aandrijfmotor

Je 65-plus-pas
En stijve kromme ….(pauze) rrrrrrrrruuuuuggg

Wat denk je nou zelf, wat denk je nou zelf
Wát denk je nou zélf

Ik ben pas half zo oud als jij en zie er lekker uit
Dus je geilt op mij met je ouwe fluit

Je tijd is voorbij
Je bent weer terug bij af
Praktisch sta je al met een been in het graf

Wat denk je nou zelf, wat denk je nou zelf
Wát denk je nou zélf???”

Clou is dat de Vieze Oude Man weinig kans maakt bij een jongedame van mid-dertig. Maar dat zijn erfenis toch wel erg interessant is.

Meestal negeer ik alle drie bovenstaande categorieën. Want zoals Janneke Jager zingt, ‘ik ben pas half zo oud en zie er lekker uit’. Maar ja, misschien niet verstandig. Want misschien moet ik ook aan een eventuele erfenis gaan denken.