Het komt door mijn buren

“In een overvolle tram stappen en dat je dan niemand in die tram kent. Dat vind ik het fijnste aan in een stad wonen. Helemaal niemand zit op oogcontact te wachten, niemand hunkert naar smalltalk. Nee, de stedeling zoekt naar privacy in de menigte. In een zwembad kun je synchroonzwemmen, maar in een stad doen ze aan synchroonafzonderen.”

Deze alinea las ik laatst in een column van James Worthy, een Amsterdamse columnist. Ik dacht: ja, daar heeft James een punt.

Amsterdam

Ik hou ook erg van de anonimiteit van de grote stad. Niemand die op je let. Opgaan in de massa. Heerlijk.

Maar toch. Ik woon nu 3,5 jaar in ‘de grote stad’ en het gaat niet goed met mijn anonimiteit…

Dat komt door mijn buren. Ik woon namelijk in een straat waar veel sociale betrokkenheidBuren  heerst. We zijn allemaal nogal bedrijvige mensen, die de hele dag weggaan en thuiskomen. En elkaar dan tegenkomen. We maken een praatje over het weer, het lawaai van de studenten drie huizen verderop, de vermiste poes van buurman V. (“Hij is er hélemaal kapot van!”). En ga zo maar door.

Die betrokkenheid bleek afgelopen weekend ook weer. Tegenover mij woont een zeer oude dame die volledig afhankelijk is van thuiszorg en mantelzorg.
Gelukkig woont haar zoon met zijn gezin boven haar. Het dorp Amsterdam. Mijn bovenbuurvrouw had me al laten weten dat er vorige week een ambulance bij de oude dame voor de deur stond. Dus toen ik zondag thuiskwam en De Zoon haar huis zag uitruimen, schrok ik. Ik dacht, ze zal toch niet…? Ik stapte op De Zoon af. Verzorgingshuis. Het ging niet meer, meldde hij me. Na een praatje en een sterktewens ging ik mijn eigen huis in.

Even later keek ik door het raam naar de groeiende berg grof vuil op de stoep. Wat ook groeide, was de groep buren die om De Zoon heen stond. Zes buren telde ik maar liefst. Ik kon niet horen wat er precies besproken werd, maar het zag er uit als een gezellig tafereel. Het dochtertje van een van de buren speelde met een pan, haar vader rookte een sigaretje, zijn vriendin tilde twee stoelen uit de vuilstapel terwijl er in allerijl een overgebleven blik verf voor de stoelen werd aangereikt. Een andere buurman prutste wat aan zijn elektrische fiets en de vrouw van De Zoon voegde zich ook bij het gezelschap om mee te keuvelen.

Nee, synchroonafzonderen is er in mijn straat niet bij, zeker afgelopen weekend niet. De verdienste van een oude dame. Maar gelukkig is de stad iets groter dan alleen mijn straat. Genoeg ruimte om in de anonimiteit te verdwijnen. En misschien kom ik James daar dan wel tegen. Maar die zit niet op een praatje te wachten, dus ik zal niks tegen hem zeggen.

 

Doe maar gewoon

Ik kijk vaak bij mijn overburen naar binnen. Daar woont een jong stel en ik vind het leuk om te zien wat ze doen. Verder ben ik best normaal hoor. Ik heb alleen last van gezonde nieuwsgierigheid. Of beter: ik houd een oogje in het zeil. Participatiesamenleving avant la lettre.

Ze koken, zitten op de bank voor de tv, aan tafel achter hun laptop. Soms hebben ze vrienden op bezoek. Maken ze ruzie. Gaan de gordijnen ineens midden op de dag dicht. Niks bijzonders dus eigenlijk. Gewoon lekker gewoon. Soms ben ik jaloers op die alledaagse gewoonheid recht tegenover mij.

Gewoon doen. Dat wordt over het algemeen niet erg gewaardeerd heb ik het idee. In interviews met ongewone mensen lees je vaak dat ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ het meest vreselijke aspect van de Nederlandse mentaliteit is. Hup, kop boven het maaiveld en weg met de benepen spruitjeslucht.

Amsterdam als stad heeft meestal niet zoveel last van alledaagse gewoonheid en
dertien in dozijn. De nuchtere noorderling in mij verbaast zich nog vaak genoeg. Zo kun je naar een wenkbrauwbar om je wenkbrauwen te laten stylen. Eten in een hijskraan,
schommelen boven op een toren van ruim 100 meter hoog en een snack halen in een
groentensnackbar.

Schommelen op de A'dam Tower

Maar wat alles slaat, zijn de koffiebarretjes. Ze ploppen als paddestoelen uit de grond tijdens een natte herfst. Met namen als: Coffee Bru, White Label, Koffiesalon, Caffènation, Sixs and Sons en Roasters. En je haalt het niet in je hoofd er een ordinaire Koffie Verkeerd te bestellen hoor. Nee, kéuzes dienen er gemaakt te worden. Bonen uit Ecuador of Ethiopië, groot, middel of klein qua formaat, filter of apparaat, kop of kartonnen beker? Temperatuur, branding, maling. En sojamelk of amandelmelk? De keuzes zijn oneindig. Alleen gewone koffie ontbreekt dus op het menu.

Twee heren die goed op deze rage ingespeeld hebben, zijn Ronald en Arnoud van Vintage
Espresso Machines. Zij tikken oude Italiaanse espressomachines op de kop en knappen ze op. Want waarom alleen koffie drinken bij Coffee Bru, White Label, Koffiesalon,
Caffènation, Sixs and Sons en Roasters? Je wilt ook zo’n tongstrelend bakkie in je eigen casa.

Vintage Espresso MachinesJe kunt de vintage machines vanaf 3500 euro kopen. Dure pleur. Volgens de heren is het
echter een goede investering, want de machines worden alleen maar meer waard. Dat hier vraag naar is, blijkt wel. Kopers staan in de rij en de mannen hanteren een wachtlijst van een half jaar. “Ik ben al drie jaar niet op vakantie geweest. Het is werken, werken, werken”, lees ik.

Sjonge, dat is nog eens goed zaken doen. Wie nu denkt dat het succes Ronald en Arnoud
naar het hoofd gestegen is, heeft het mis. Want er wordt gewoon geluncht met bruine bammetjes met kaas uit de Tupperware-bak en een kop koffie. Of appelsap. Maar op vrijdag hebben ze hun uitje: “Dan gaan we een loempia eten.”

Blijkbaar kun je met de doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-mentaliteit toch heel
ver komen. En die loempia, die past helemaal in dat plaatje. Doe maar gewoon, dat is al lekker genoeg.