Ik weet er nu alles van

Laatst ging ik naar een borrel waar ik niemand kende. Dat is altijd even moeilijk.

De borrel was op het hoofdkantoor van mijn werk. De goden bleken mij echter gunstig gezind, want ik kwam twee gozers van mijn eigen vestiging tegen. Ik kende ze van gezicht. Even later kwam er nog een ex-collega van hen bij zitten. Ook al kenden we elkaar nauwelijks, we hadden het hartstikke gezellig; de drie mannen en ondergetekende.

Zo gezellig zelfs, dat ze me een week later uitnodigden op hun vrijdagmiddagborrel. Afgelopen vrijdag toog ik daarom naar de zevende etage, waar zij zitten. Ik was ietwat laat, er was een clubje van vier mannen over. Ze werken voor een technologiesite en testen en reviewen daarvoor allerlei producten. Dus hebben ze op hun afdeling een tv-kamer, 3d-printer, opnamestudio en game room. Ik keek mijn ogen uit, heel wat anders dan onze steriele kantoortuin met nepplanten. De mannen stónden er op mij alles te laten zien. Wat een aandacht. Verwennerij voor de diva in mij.

Computer

De rondleiding begon bij de 3d-printers. P. was een kwaliteitstest aan het doen met verschillende printers en er stond er net een te pruttelen. Een kogellager werd er geprint. Ik wist niet eens wat een kogellager was, laat staan dat je er een kon printen. P. liet me de draadjes plastic zien die als grondstof voor de printer dienen. Toen ik vroeg hoe ze aan de ontwerpen kwamen, liet hij me een site met standaard ontwerpen zien. Hij vroeg me welk product ik zou willen printen. “Eh, een sleutelhanger?”. Ik kon niks beters verzinnen. Hij barstte in lachen uit. Geen slim antwoord kennelijk. Een telefoonhoesje was een beter idee, zei hij. “Wat voor telefoon heb je?” “Samsung.” “Ja, welk type?!” “Eh, weet ik niet.”
P. gaf de moed op. Geen telefoonhoesje geprint dus.

tvDoor naar de tv-kamer dan maar, waar een mega-scherm stond. Tv-reviewer S. zette ‘em aan en begon een verhandeling over oled-tv’s, HDR, microsecondes vertraging en zwart dat geen zwart is. Ik begreep er niks van, had nog nooit van oled gehoord en zag het probleem van een microseconde vertraging niet in.

Heel wat wijzer kwam ik de tv-kamer uit; microsecondes kunnen van levensbelang zijn voor de geoefende tv-kijker. Via de opnamestudio (“Helemaal in stijl van Portal; ken je die game?!” “Eh, nee.”) naar de game room. “Heb je weleens een VR-game gespeeld?” Gelukkig wist ik dat VR virtual reality betekent, maar zo’n game ooit gespeeld? Nee, natuurlijk niet. Nou, daar moest kennelijk verandering in komen. Want voordat ik het goed en wel door had, plantte P. een grote VR-bril op mijn hoofd en liep ik volgens hem op de verst denkbare planeet in een oud fort. Ik vond het best eng in het begin, want het leek levensecht. Maar het wende en ik ging op in het schietspel. Helaas was het binnen een minuut game over.

Toen we uitgeprint, uitgekeken en uitgespeeld waren, zijn we naar de kroeg gegaan. Waar het gesprek niet meer over bits & bytes ging, maar over Chiptunes feestjes, erectiepillen en Chriet Titulaer in een regenton. Dingen waar ik óók al niet over mee kon praten. Maakt niet uit, het was allemaal wel heel gezellig .

En ik heb veel geleerd.

Dus, als je binnenkort een nieuwe tv wilt gaan kopen: kies voor oled. En let er op dat zwart ook écht zwart is. Sinds vrijdag weet ik er alles van. Proost.

 

Kom maar, hoer

Laatst las ik een verhaal op de Correspondent over Maher, een Syrische kapper in Nederland. Hij kwam een paar jaar geleden als vluchteling naar Nederland en heeft in Utrecht in korte tijd een succesvolle kapperszaak opgezet. Met hulp van een kennis, maar vooral met heel hard werken en veel doorzettingsvermogen. Knap.

Kapper Maher uit Utrecht

Ik ben nog niet bij Maher geweest. Mijn vaste kapper is een Nederlandse meid van De Knipbar, hier in de buurt. Dus bij de kapper kan ik niet werken aan mijn interculturele vaardigheden. Maar op een ander vlak heb ik sinds kort wel contact met Syrische mensen.

Hoe dit zo gekomen is? Tsja. Ik ben er min of meer ingerold via een onderzoek van de Correspondent. De redactie van dit journalistieke platform wilde onderzoeken hoe het gaat met mensen die afgelopen jaar in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen. Leren ze de taal, vinden ze werk, hebben ze sociale contacten? De bedoeling was dat leden van de Correspondent deze informatie zouden gaan verzamelen door contact te leggen met iemand die recent een verblijfsvergunning gekregen heeft. Vervolgens een half jaar lang een keer per maand afspreken en een vragenlijst doornemen.

Zo gezegd, zo gedaan. Via de Facebookpagina van dit onderzoek ben ik in contact gekomen met Aida en haar zoon Akram. Tot een jaar geleden woonden ze in Damascus. Na diverse omzwervingen in Nederland wonen ze nu in Zaandam. Ik ben inmiddels een paar keer bij ze thuis geweest. En dat was een feest: linzensalade, falafel, kokoscake en bladerdeegpasteitjes met feta en spinazie.

We praten Nederlands, dat gaat al heel aardig. Hier en daar help ik ze wat. Andersom hebben Aida en Akram mij al vier zinnen Arabisch geleerd. In de categorie ‘Ik heet Marion. Ik hou van thee.’ ‘Ismi Marion. Ana ouhibou al chaï.’ Ja, ik ben er trots op! En je moet érgens beginnen, nietwaar?

De laatste keer, vorige week zaterdag, verliep echter anders. We spraken niet bij Aida en Akram thuis af, maar op een bijeenkomst van Syriërs en Nederlanders in een buurthuis in Zaandam. Deze maandelijkse middagen zijn bedoeld om te ontmoeten en te informeren. Aida was al een paar keer geweest en had mij nu meegevraagd. “Je neemt geen eten mee hoor, je bent mijn gast!”

En dat heb ik geweten. Na de presentaties over het Nederlandse schoolsysteem en de verplichte participatieworkshops, was het buffet geopend. Acht lange tafels vol héérlijk eten. Rijstschotels, pasteitjes, deeghapjes, cake en nog veel meer. Ik werd naar voren geduwd, want ik was de gast. De kaaskoppen waren inderdaad in de grote minderheid. Ik voelde me alsof ik op vakantie was ergens in het Midden-Oosten.

eten

Terwijl ik genoot van kruidenrijst met rozijnen en pistachenoten, praatte ik met een jongen die even daarvoor als Arabische tolk optrad tijdens de presentaties. Hij sprak vlekkeloos Nederlands. Daarom dacht ik dat hij hier geboren was of in ieder geval in zijn vroege jeugd naar Nederland was gekomen. Niks daarvan. Drie jaar geleden is hij vanuit Syrië in Wormerveer terechtgekomen. Ik complimenteerde hem met zijn uitstekende Nederlands. Hij zei dat hij er heel hard op gestudeerd had en dat het soms wel moeilijk was. Vooral de “klankers”. Hikkend van de lach vertelde hij dat ‘ie in het begin het woord ‘hoor’ vaak als ‘hoer’ uitsprak. Wat voor gekke situaties kon zorgen, knipoogde hij veelbetekenend. “Kom maar, hoer!”

Na afloop van de middag was ik me extra bewust van de vrijheid waarin ik leef. Ik voelde me ook hoopvol. Zowel de tolk-jongen als kapper Maher in Utrecht als mijn kennissen Aida en Akram hebben in korte tijd al veel bereikt in dit vreemde land. Het komt wel goed met hen en vele andere “vreemdelingen” in Nederland.

Gister kwam ik er toevallig achter dat mijn kapper De Knipbar failliet is. Een goede gelegenheid om dan maar eens een afspraak te maken bij Maher in Utrecht. Kan ik mooi mijn vier zinnen Arabisch oefenen, met een lekker kopje chaï er bij natuurlijk. En als ik aan de beurt ben en hij roept naar me: “Kom maar, hoer!”, dan weet ik dat dat niet verkeerd bedoeld is.

Doe maar gewoon

Ik kijk vaak bij mijn overburen naar binnen. Daar woont een jong stel en ik vind het leuk om te zien wat ze doen. Verder ben ik best normaal hoor. Ik heb alleen last van gezonde nieuwsgierigheid. Of beter: ik houd een oogje in het zeil. Participatiesamenleving avant la lettre.

Ze koken, zitten op de bank voor de tv, aan tafel achter hun laptop. Soms hebben ze vrienden op bezoek. Maken ze ruzie. Gaan de gordijnen ineens midden op de dag dicht. Niks bijzonders dus eigenlijk. Gewoon lekker gewoon. Soms ben ik jaloers op die alledaagse gewoonheid recht tegenover mij.

Gewoon doen. Dat wordt over het algemeen niet erg gewaardeerd heb ik het idee. In interviews met ongewone mensen lees je vaak dat ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ het meest vreselijke aspect van de Nederlandse mentaliteit is. Hup, kop boven het maaiveld en weg met de benepen spruitjeslucht.

Amsterdam als stad heeft meestal niet zoveel last van alledaagse gewoonheid en
dertien in dozijn. De nuchtere noorderling in mij verbaast zich nog vaak genoeg. Zo kun je naar een wenkbrauwbar om je wenkbrauwen te laten stylen. Eten in een hijskraan,
schommelen boven op een toren van ruim 100 meter hoog en een snack halen in een
groentensnackbar.

Schommelen op de A'dam Tower

Maar wat alles slaat, zijn de koffiebarretjes. Ze ploppen als paddestoelen uit de grond tijdens een natte herfst. Met namen als: Coffee Bru, White Label, Koffiesalon, Caffènation, Sixs and Sons en Roasters. En je haalt het niet in je hoofd er een ordinaire Koffie Verkeerd te bestellen hoor. Nee, kéuzes dienen er gemaakt te worden. Bonen uit Ecuador of Ethiopië, groot, middel of klein qua formaat, filter of apparaat, kop of kartonnen beker? Temperatuur, branding, maling. En sojamelk of amandelmelk? De keuzes zijn oneindig. Alleen gewone koffie ontbreekt dus op het menu.

Twee heren die goed op deze rage ingespeeld hebben, zijn Ronald en Arnoud van Vintage
Espresso Machines. Zij tikken oude Italiaanse espressomachines op de kop en knappen ze op. Want waarom alleen koffie drinken bij Coffee Bru, White Label, Koffiesalon,
Caffènation, Sixs and Sons en Roasters? Je wilt ook zo’n tongstrelend bakkie in je eigen casa.

Vintage Espresso MachinesJe kunt de vintage machines vanaf 3500 euro kopen. Dure pleur. Volgens de heren is het
echter een goede investering, want de machines worden alleen maar meer waard. Dat hier vraag naar is, blijkt wel. Kopers staan in de rij en de mannen hanteren een wachtlijst van een half jaar. “Ik ben al drie jaar niet op vakantie geweest. Het is werken, werken, werken”, lees ik.

Sjonge, dat is nog eens goed zaken doen. Wie nu denkt dat het succes Ronald en Arnoud
naar het hoofd gestegen is, heeft het mis. Want er wordt gewoon geluncht met bruine bammetjes met kaas uit de Tupperware-bak en een kop koffie. Of appelsap. Maar op vrijdag hebben ze hun uitje: “Dan gaan we een loempia eten.”

Blijkbaar kun je met de doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-mentaliteit toch heel
ver komen. En die loempia, die past helemaal in dat plaatje. Doe maar gewoon, dat is al lekker genoeg.

Tony

Sinds een jaar heb ik elke week een date met Tony. Ik zou wel vaker willen, maar het is beter om het rustig aan te doen. Mijn vriendinnen weten er van. “Ik heb vanavond een date met Tony” is tegenwoordig een legitieme reden om een afspraak te weigeren. Tony Chocolonely gaat in sommige gevallen gewoon voor.

Voordat ik Tony leerde kennen, at ik eigenlijk nooit chocoladerepen. Af en toe eens M&M’s of wat chocoladekoekjes, vaak met vriendin C. Tot mijn verjaardag vorig jaar. Op die catastrofale dag in 2015 kreeg ik van mijn lieve bovenbuurvrouw een reep Tony Chocolonely. Een gele. Nougat-smaak. Ik weet het nog als de dag van gisteren.

Sindsdien heb ik alle kleuren en smaken wel gehad. Mijn favoriet is de groene met hazelnoot, maar de oranje met karamel en zeezout is ook niet te versmaden. Zelfs de gewone ‘saaie’ melkreep is lekker. En had ik het al over de special gehad? Discokorrels met popcorn! Tony Chocolonely paaseitjes
Op pure chocola ben ik normaal gesproken niet zo dol, maar die van Tony vind ik uiteraard wel lekker. Vooral met pecannoten en karamel. Maar het aller-, állerbeste zijn de paaseitjes, want dan krijg je een echt eierdoosje met alle kleuren Tony er in. Beter wordt het niet.

Mijn nieuwe verslaving is mijn omgeving niet ontgaan. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met: “Nee, vanavond heb ik al met Tony afgesproken.”
Toen onlangs bekend werd dat Tony Chocolonely een heuse chocoladefabriek zou gaan openen in Amsterdam, kreeg ik binnen een uur tijd van vijf vriendinnen het bericht doorgestuurd. “Hier! Voor jou! Moet je heen! Heb je al kaartjes?” Dat soort teksten. Best ernstig, vijf meldingen in een uur. En natuurlijk wist ik het zelf allang.

Tony ChocolonelyNaast de fabriek is er nu ook een film over de ontstaansgeschiedenis van het bedrijf. Vriendin M. attendeerde me er op. Ik word dus blijkbaar meteen met Tony geassocieerd. Dat is niet goed voor mijn imago, eerlijk gezegd.

Ik moet af gaan kicken. Het was een heel leuk en vooral lekker jaar met mijn bruine vriend, maar het is nu tijd voor een nieuwe, gezondere verslaving. Een sportschool-verslaving of een sla-verslaving. Een ver-SLA-ving, in dat geval.
Maar voordat het zover is, wil ik eerst die film over Tony nog zien. Lekker in de bioscoop, met een flink stuk bruin goud erbij natuurlijk. Hazelnoot. Of toch maar die heerlijke karamel met zeezout? Misschien zelfs wel allebei, het is tenslotte mijn laatste date met Tony. Maar de liefde, die is nog lang niet over.