In de put

Ik praat vaak over mijn werk. Op elke verjaardag/borrel/bruiloft/vul maar in. Wat doe je voor werk schijnt men gráág van mij te willen weten. Of ‘hullie’ denken dat ik naast mijn werk geen leven heb, dat kan ook.

Toen ik de beroemde vraag laatst zelf op een borrel stelde aan iemand, kreeg ik lik op stuk van hem. “We hebben het hier in Nederland altijd maar over werk!”, brieste hij. “Net of er geen belangrijkere dingen bestaan!” Natuurlijk bestaan er wel belangrijkere dingen, maar daar wil ik het niet met jou over hebben, dacht ik bij mezelf.

Afijn.

Ik moest denken aan de reportage die ik even daarvoor in de krant las. De verslaggever
ging mee met een putwacht: schoonmaken in het Amsterdamse riool. Ja, anno 2016 gebeurt dat nog steeds deels met de hand; raar maar waar. Volgens de verslaggever “probeert de putwacht van Waternet met een verfkrabber de buizen schoon te houden.” Probeert. Dat klinkt niet veelbelovend. En dan ook nog met een vérfkrabber.

Het riool met de hand schoonmaken is geen onschuldig klusje. Het is een kweekvijver voor schadelijke bacteriën, virussen en schimmels, wat voor verstikking door zuurstoftekort of vergiftiging door gassen kan zorgen. Bij een te hoge concentratie ben je zo van de wereld. Daarom wordt de lucht continu via een gasmeter in de gaten gehouden. “Als de meter uitslaat, is het rennen geblazen”, vertelt putwacht Ron nuchter. Terwijl hij een keer onder de grond zat, werd verderop een drugslab opgerold. Het drugsafval werd snel in het riool gedumpt. “Levensgevaarlijk.”

Riool

Gewapend met hun verfkrabbers kruipen Ron en zijn collega’s het buizenstelsel in om het vuil van duizenden stadsbewoners van de muren te schrapen. In twee jaar tijd wordt zo het hele rioolstelsel onderhouden. Daarna begint het, hoe verrassend, weer opnieuw. Ron: “Ik zit al 27 jaar in de put.” Dat doet blijkbaar niet af aan zijn droge humor.

Maar dan. Ondergronds blijkt het interessanter en levendiger dan gedacht. Ron wijst een rattennest aan. “We zien ratten zo groot als katten.” Even verderop springt een kikker weg. Er drijft een stuk poep voorbij. Een stevig stuk, zegt hij bewonderend, want de meeste drollen zijn al stukgeslagen na een paar vrije vallen eerder in het riool.
Verder weet Ron na 27 jaar dat de meeste mensen hun gebruikte condooms netjes dichtknopen. Altijd een interessant weetje voor op eerdergenoemde feesten en partijen. Ook is duidelijk wanneer de zomervakantie begint, want dan bevat het riool een overdosis goudvissen. Rare jongens, die Amsterdammers.

Tjonge, wat een baan heeft deze beste man. Hij verkeert dagelijks tussen onze gebruikte condooms, afgedankte goudvissen en ratten zo groot als katten. Respect. Vergeleken met Ron is mijn werk maar Spielerei Onder Het Systeemplafond. Waar we snel een raam openzetten als een collega iets teveel knoflook heeft gegeten en we om het uur een verse cappuccino halen.

Zolang er mensen met een beroep als putwacht bestaan, wil ik het op elk feestje juist héél graag over werk hebben. Over Ron’s werk bijvoorbeeld, want dat is reuze belangrijk. Maar maak dat die lik-op-stuk-kerel maar eens wijs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *