Op kantoor

Af en toe kijk ik vanuit helikopterperspectief naar mijn leven. Over sommige dingen ben ik dan tevreden, over andere minder. En sommige dingen vind ik van bovenaf gezien ronduit ráár. Zoals het leven op kantoor.

Ik heb hele gave, lieve, gekke collega’s met wie ik het goed kan vinden. Maar we zeggen wel vreemde dingen tegen elkaar.
“Hé hoooooi, hoe issie?!” “Ja goed, maar wel druk druk druk hoor. Die targets van Q4 hè, we moeten nog even een eindsprint inzetten.” “Ok, dan schiet ik wel even een meeting voor morgen in, want ik wil iets tegen je aanhouden. En dat kan niet wachten tot onze Bila of het overleg met de taskforce volgende week. Dit voelt echt als een aap op mijn schouder. Ik hoop dat ik samen met jou deze uitdaging plat kan slaan.”
Met dit soort gesprekken vul je met gemak een halve werkdag. En niemand kijkt er meer van op, nee hoor, we begrijpen elkaar.

Toen ik net begon met werken, lichtjaren geleden, moest ik erg wennen aan dergelijk kantoorjargon. Ik hoorde een zeergewaardeerde collega destijds vragen: “Wie is de probleemeigenaar?”
Wat?! dacht ik bij mezelf, hebben zelfs problemen hier een eigenaar? Nou, die moet ze dan toch oplossen lijkt me. Exit probleem. Maar zo eenvoudig lag dat niet, vertrouwde de collega me toe.

Het kan nog erger begreep ik laatst van een vriendin die net begonnen is bij een ministerie in Den Haag. Daar hebben ze het over pluffen en hossen*. Onbegrijpelijk als je geen ambtenaar bent.

Kantoor

Op zich is ons kantoorjargon dan nog wel aardig te volgen. Wat we wel veel doen merkte ik, is namen afkorten. Zo wordt Garikai Gary genoemd, Olga Ol, Linda Lin en Jitske Jits.
Hoewel, afkorten? Soms worden namen juist verlengd. Rick wordt Rickert bijvoorbeeld. Dat is misschien ook wel logisch, want aan Rick valt weinig af te korten. En m’n collega Irene gaat sinds kort door het leven als Bierene. Maar dat heeft meer met haar favoriete drankje te maken dan met de naam Irene an sich.

Over namen gesproken: de schoonmaker op kantoor is een allervriendelijkste man uit Marokko. Hij heet Appie. Ik stond er nooit bij stil dat dat eigenlijk geen gebruikelijke naam is voor een Marokkaanse man. Maar je kunt ook niet overal over nadenken, sommige zaken neem je gewoon voor waar aan.
Tótdat een collega mij laatst vertelde dat Appie helemaal geen Appie heet, maar Mohammed. Op mijn vraag waarom we hem dan Appie noemen, kwam het antwoord dat we vijf schoonmakers geleden een schoonmaker hadden die Appie heette. Sindsdien worden alle opvolgers, uit welke exotische windstreek dan ook, Appie genoemd.

Bij ons behoort dus blijkbaar zelfs de naam van de schoonmaker tot het jargon. Ik zei het al: het leven op kantoor is ronduit raar. Maar soms moet ik er vanuit mijn helikopter toch ook wel om lachen.

* pluffen: plv. – plaatsvervangend
hossen: HOS – Hoofd Ontwikkeling Samenwerking

2 reacties op “Op kantoor

  1. Hi Marion, gave column! met thema kantoorjargon kun je nog een tijdje doorgaan. Gewoon goed opletten. Wel raar dat we elkaar allemaal na-apen.
    Toen Harco indertijd bij ons begon en de uitdrukking ‘hoog over’ introduceerde, vond ik dat bizar (ook al zo’n woord trouwens). Nu zie ik het tot op de dag van vandaag nog terug op slides (ook al zo’n woord trouwens) en gebruik ik het zelf vaak! sterker nog, zo’n uitdrukking is pas echt goed ingedaald als je geen alternatief meer weet…..Kortom, check, mate, afgevinkt. Knap gedaan!

    • Haha Bak! “Hoogover” is hier ook een bekende en veelgebruikte uitdrukking. Laatst discussieerden we over de betekenis, want niemand wist die eigenlijk. Toch wisten we wel wat we bedoelden. Idioot maar waar 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *