BN’er

Deze week is het de Week tegen Eenzaamheid. Zoiets geeft je stof tot nadenken. Voel ik me wel eens eenzaam? Hoeveel vrienden heb ik? Of zegt een getal helemaal niks?

Toen ik verhuisde naar Amsterdam, zeiden sommigen dat ze de ‘grote stad’ zo anoniem vonden, het leek ze erg eenzaam. Iedereen heeft haast en er is niemand die je aankijkt of groet. Ik vind het erg meevallen. En létterlijk eenzaam ben je nooit, met al die mensen om je heen op straat. Vooral in mijn eigen buurt kom ik veel bekenden tegen. En waar je over struikelt in Amsterdam, zijn BN’ers. Het lijkt hier wel een Bekende-Nederlanders-Reservaat. Je doet iets fout als je hier woont en geen BN’er bent, denk ik weleens. Aan de andere kant, iedereen kent wel íemand, dus iedereen is -voor iemand- een Bekende Nederlander. Een opbeurende gedachte.

Wie ik voortdurend tegenkwam in de buurt waar ik eerst woonde, was acteur Cees Geel. De eerste keer dat ik hem zag, was ik erg onder de indruk. “Zomaar bij mij in de buurt! Een echte BN’er, van de televisie!” Uiteraard heb ik mijn gezicht in de plooi gehouden. Ik was toen al drie weken een stoere hoofdstadbewoner tenslotte. Die nooit iemand aankijkt of groet. Maar inwendig juichte ik. Meteen heb ik een berichtje gestuurd naar vriendin M., die ook kickt op BN’ers. Ja, dit was nieuw voor mij, vergeef me mijn provinciale kneuterigheid. In mijn vorige woonplaats Groningen kwam ik slechts Bert Visscher tegen. En die ben je na drie ontmoetingen ook wel zat.

Je zou het niet verwachten, maar ik heb me ook wel eens BN’er gevoeld. Ga op reis naar Iran en je snapt wat een BN’er meemaakt. Overal waar we kwamen werden we aangestaard, aangesproken, werd er gefluisterd en omgekeken, werden er telefoonnummers gevraagd en foto’s gemaakt. Het hoogtepunt vond plaats toen we een moskee passeerden waar een lange rij mannen en jongens stond. Joelen, klappen en juichen. Pas na een uur waren we die moskee voorbij. Een heel bijzondere ervaring.

BN’er zijn voor een paar weken is dus best leuk. Het échte BN’er-schap daarentegen lijkt me toch niks voor mij. Ik waardeer juist de anonimiteit van de grote stad. Ik wil in mijn huispak naar de supermarkt kunnen, zonder dat meteen in de bladen staat: “Breaking: Marion Vetter doet haar boodschappen in groene trainingsbroek met gele strepen! En belangrijker: wie is die onbekende man aan haar arm?!” Nee hoor, laat mij maar lekker ‘eenzaam’ naar de supermarkt gaan.
En in het kader van de Week tegen Eenzaamheid zal ik deze week extra uitbundig zwaaien naar mijn hoogbejaarde overbuurvrouw. Ik ken haar niet heel goed, maar zij is wel een Bekende Nederlander. Bekend bij mij.