Het is nog steeds het gesprek van de dag

De laatste tijd word ik steeds geconfronteerd met mannen die het over swaffelen hebben. Gelukkig brengen ze het voor zover ik weet -nog- niet in de praktijk, maar ik vind het toch opvallend dat dit woord ineens weer zo vaak valt.

Het begon laatst bij een pubquiz. Ik deed met mijn collega’s mee. Onze teams hadden keurige namen: Oost West Noord Best en IJzersterk. Blijkbaar zijn dat geen namen waar je een pubquiz mee wint, want het winnende team was: De Swaffelmannen. Het team bleek overigens uit vijf uiterst keurige studentenjongens te bestaan.

Even later zat ik met een groepje sportgenoten wat te drinken. Vanuit het niets zegt een van de aanwezige expats met een grote glimlach: “Weten jullie wat ik nou het mooiste Nederlandse woord vind?!” Het viel stil, want niemand had natuurlijk een idee. Snel probeerde ik iets te verzinnen, maar waar moet je beginnen? “Swaffelen”, riep hij uit en begon vervolgens te bulderen. Toch erg dat de Nederlandse taal om dit soort woorden bekend staat.

De week er na had ik het op mijn werk met collega R. zijn vakantie. Hij was bij een groot meer in Duitsland geweest. Een uurtje later las ik een nieuwsbericht over een Duits meer waar alleen naturisten zonnebaden. Ik stuurde het naar R. onder het mom van ‘Hier zat jij zeker?’ Hij reageerde hardop met: “Ik swaffel ze hélemaal kapot daar!”. Nou ja zeg. Aparte collega.

blog swaf

Swaffelen was echt tha bomb een aantal jaren geleden. Het was swaffelen voor en swaffelen na. Er werd zelfs een dag voor georganiseerd door BNN: de Nationale Swaffeldag. Onder andere het Paleis op de Dam en de Sint Servaas Basiliek in Maastricht werden toen beswaffeld. Waar een klein land groot in kan zijn. Ook de kranten stonden er vol van: ‘Student van school wegens swaffelen.’ ‘Zaak swaffelaar erg opgeblazen.’

Maar het hoogtepunt (om in termen van swaffelen te blijven), was dat swaffelen Woord van het Jaar 2008 werd. Toch frappant dat dit woord zo lang blijft hangen; 2008 is alweer bijna tien jaar geleden. Want zoals het dit soort modegrillen vaak vergaat, die verdwijnen in het niets. Wie heeft het bijvoorbeeld nog over tentsletje (2010), stoeproken (2011), de frietchinees (2012), kraamkost (2015) of samsonseks (2016)? Zo niet swaffelen.

Wel opvallend dat het allemaal ranzige dingen zijn, onze Nationale Woorden van het Jaar. Smerig volkje zijn we. Maar dat zal die expat inmiddels ook wel weten. Ik hoop dat hij mijn collega nooit zal treffen, want die swaffelt hem dan misschien hélemaal kapot.

Eens kijken of hij het dan nog steeds zo’n mooi woord vindt. Of dat bijvoorbeeld frietchinees dan toch meer zijn voorkeur heeft. Misschien minder mooi, maar wel veiliger.

De mannen van de IT-afdeling

Een van mijn circa tien hobby’s is pubquizzen. Een gezellige avond in de kroeg en ondertussen de hersens laten kraken. Uitstekende combinatie. Soms doe ik het met vriendinnen, maar mijn collega’s zijn er ook geregeld voor te porren.

PubquizAfgelopen maandag gingen we weer; de collega’s en ondergetekende. Twee teams sterk. Team Oost West Noord Best en Team IJ-zersterk. Ons kantoor zit in Amsterdam-Noord, aan het IJ, dus hélemaal geen gekke namen.

Nadat we onszelf moed hadden ingedronken, begonnen we. Ik zat in team IJ-zersterk, met collega’s M., S. en J. Alledrie ‘techies’. En dat heb ik geweten. Wat voor type de bekendste robot uit Starwars is? Voordat de quizmaster uitgesproken was, waren de drie heren al druk aan het overleggen. R2-D2 was het eensluidende antwoord. Ik had er nóóit van gehoord. ‘Kijk je geen Star Wars?!’, vroegen ze ongelovig. Tsja. Is een wortel oranje?

Hier bleef het niet bij. Op elke technische of wiskundige of bizarre-weetjes-vraag hadden de mannen het antwoord klaar:

  • Welk getal hoort bij het logo van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy? ’42!’
  • Wat staat er tussen de verticale streepjes in een wiskundige formule? ‘Absolute waarde!’
  • Wat is het nummerbord van Donald Duck’s auto? ‘313!’

Nerd Alert! riepen ze zelf, na een aantal van dit soort vragen. Gozers met zelfspot hoor. Ik stond er bij en keek er naar.

Lekker cliché, zou je denken. Niks daarvan. De heren beschikten ook over onvermoede kennis. S. bleek alle sportvragen te weten. ‘Waarover viel Falco Zandstra tijdens het WK Allround in 1995?’ ‘Zijn eigen wedstrijdbandje!’
M. wist elk nummer tijdens de muziekronde te herkennen. ‘Kate Bush met Wuthering heights!’ ‘LL COOl J met I need love!’
En J. zette binnen een oogwenk vier gebeurtenissen uit WO II in chronologische volgorde. Respect. En hij wist meteen hoeveel spenen een koe aan haar uier heeft. ‘Vier!’ ‘Niet zes?’, vroegen wij nog vertwijfeld. ‘Nee hoor, ik ben op een boerderij opgegroeid. Vier! Punt.’

Team IJ-zersterk

Ik wist zelf gelukkig ook genoeg. De nieuwe burgemeester van Arnhem (Ahmed Marcouch). Waar Geertruidenberg ligt (Noord-Brabant). Het merk van de Chocoprins- koeken (LU). En de vier cabaretiers van De Kwis (zoek maar op).

Helaas bleven we soms alle vier in gebreke:

  • Hoe vaak een man per maand moet klaarkomen om prostaatkanker te voorkomen? (21 keer)
  • Welk land recht onder de stad Minsk ligt? (Kirgizië was onze consensus, het bleek Oekraïne)
  • De namen van de Teletubbies inclusief hun accessoire? (antwoord volslagen
    oninteressant).

Of we gokten verkeerd: ‘Welke baan van de Franse vlag is breder dan de overige twee banen? Rood, wit, blauw, geen?’. We gokten ‘geen’, maar het bleek de witte baan te zijn.

Daarom zijn we als vierde geëindigd en helaas niet als eerste. Deze eer ging naar het mannenteam met de bedenkelijke naam De Swaffelmannen. Zij hadden die vraag over klaarkomen natuurlijk wel goed.

 

Ik weet er nu alles van

Laatst ging ik naar een borrel waar ik niemand kende. Dat is altijd even moeilijk.

De borrel was op het hoofdkantoor van mijn werk. De goden bleken mij echter gunstig gezind, want ik kwam twee gozers van mijn eigen vestiging tegen. Ik kende ze van gezicht. Even later kwam er nog een ex-collega van hen bij zitten. Ook al kenden we elkaar nauwelijks, we hadden het hartstikke gezellig; de drie mannen en ondergetekende.

Zo gezellig zelfs, dat ze me een week later uitnodigden op hun vrijdagmiddagborrel. Afgelopen vrijdag toog ik daarom naar de zevende etage, waar zij zitten. Ik was ietwat laat, er was een clubje van vier mannen over. Ze werken voor een technologiesite en testen en reviewen daarvoor allerlei producten. Dus hebben ze op hun afdeling een tv-kamer, 3d-printer, opnamestudio en game room. Ik keek mijn ogen uit, heel wat anders dan onze steriele kantoortuin met nepplanten. De mannen stónden er op mij alles te laten zien. Wat een aandacht. Verwennerij voor de diva in mij.

Computer

De rondleiding begon bij de 3d-printers. P. was een kwaliteitstest aan het doen met verschillende printers en er stond er net een te pruttelen. Een kogellager werd er geprint. Ik wist niet eens wat een kogellager was, laat staan dat je er een kon printen. P. liet me de draadjes plastic zien die als grondstof voor de printer dienen. Toen ik vroeg hoe ze aan de ontwerpen kwamen, liet hij me een site met standaard ontwerpen zien. Hij vroeg me welk product ik zou willen printen. “Eh, een sleutelhanger?”. Ik kon niks beters verzinnen. Hij barstte in lachen uit. Geen slim antwoord kennelijk. Een telefoonhoesje was een beter idee, zei hij. “Wat voor telefoon heb je?” “Samsung.” “Ja, welk type?!” “Eh, weet ik niet.”
P. gaf de moed op. Geen telefoonhoesje geprint dus.

tvDoor naar de tv-kamer dan maar, waar een mega-scherm stond. Tv-reviewer S. zette ‘em aan en begon een verhandeling over oled-tv’s, HDR, microsecondes vertraging en zwart dat geen zwart is. Ik begreep er niks van, had nog nooit van oled gehoord en zag het probleem van een microseconde vertraging niet in.

Heel wat wijzer kwam ik de tv-kamer uit; microsecondes kunnen van levensbelang zijn voor de geoefende tv-kijker. Via de opnamestudio (“Helemaal in stijl van Portal; ken je die game?!” “Eh, nee.”) naar de game room. “Heb je weleens een VR-game gespeeld?” Gelukkig wist ik dat VR virtual reality betekent, maar zo’n game ooit gespeeld? Nee, natuurlijk niet. Nou, daar moest kennelijk verandering in komen. Want voordat ik het goed en wel door had, plantte P. een grote VR-bril op mijn hoofd en liep ik volgens hem op de verst denkbare planeet in een oud fort. Ik vond het best eng in het begin, want het leek levensecht. Maar het wende en ik ging op in het schietspel. Helaas was het binnen een minuut game over.

Toen we uitgeprint, uitgekeken en uitgespeeld waren, zijn we naar de kroeg gegaan. Waar het gesprek niet meer over bits & bytes ging, maar over Chiptunes feestjes, erectiepillen en Chriet Titulaer in een regenton. Dingen waar ik óók al niet over mee kon praten. Maakt niet uit, het was allemaal wel heel gezellig .

En ik heb veel geleerd.

Dus, als je binnenkort een nieuwe tv wilt gaan kopen: kies voor oled. En let er op dat zwart ook écht zwart is. Sinds vrijdag weet ik er alles van. Proost.

 

Einde kwartaal, einde verhaal

Hij komt al dansend in een gouden glitterpak op vanuit de mensenmassa. Er wordt luid gejuicht en geklapt. “Dat was leuk”, was zijn nuchtere commentaar. Quizmaster Wouter; in het dagelijks leven accountmanager, maar voor deze gelegenheid eindbaas van de eerste enige echte Persgroep Employment Solutions Pubquiz. Geen PUBquiz, maar een PESquiz. Minstens zo leuk. Het quizmasterschap was overigens geen vrije keuze; Wouter was één keer niet aanwezig bij een pubquizvergadering en meteen werd hij door de dames gebombardeerd tot quizmaster. Ja, zo doen wij vrouwen dat, mannen. Wees gewaarschuwd.

De teams zijn geformeerd en de spekjes en M&M’s staan klaar. De quiz gaat van start; we zien video’s met willekeurige collega’s die iets vertellen over werk waar ze op dat moment mee bezig zijn. Zo leren we over Elastic Fantastic (het actieve job seeker team), TTD (Tech Tooling Data) en de nieuwe contentstrategie van Intermediair (gebaseerd op AHA- momenten). Ook maakt een zekere Groningse salesmanager ons per abuis duidelijk dat hij een team vol gemiddelde accountmanagers leidt (of lijdt misschien wel). Bedankt baas, zou ik denken als ik accountmanager in dat team was. En natuurlijk zijn er van die vreselijke vragen waarbij je het antwoord eigenlijk wel weet, maar nu nét éven níet. Wanneer het Beste Werkgevers Event is? Tsja, de chef Beste Werkgevers Event zei het een paar dagen geleden nog tegen me. Zucht, exacte datum vergeten, zul je net zien. Gelukkig komt op zo’n moment onze antwoordstrategie van pas (ja, we hadden een heuse strategie): bij twijfel kiezen we antwoord C. Dat bleek verrassend vaak het juiste antwoord te zijn. We staan gedeelde tweede, met nog 6 andere teams.
Team 5 wint uiteindelijk de prijzen, die volgens de quizmaster van de vrachtwagen waren gevallen. Ondergetekende is dus niet per definitie jaloers. Maar had toch stiekem best met de eer willen strijken. Want dat is het natuurlijk; een eer.

pubquiz

Sander komt rechstreeks vanaf Schiphol binnensprinten en kan nog net de afsluiting doen. Bijna had hij het eind van de quiz gemist, want ‘er stond een klein karretje voor het vliegtuig, waardoor we geen kant op konden.’ Zul je net zien op zo’n belangrijk moment. Een klein karretje met grote gevolgen.

Maar goed, het feest kan beginnen want Sander is binnen. We gaan door met de dPOS-presentaties. Eerst moeten de nieuwe medewerkers op het podium komen voor een kort voorstelrondje. Leuk idee, maar wat gebeurt er? Een horde mensen stormt op het podium af! Met andere woorden, de helft van het bedrijf is nieuw. Iedereen noemt naam, functie en afdeling, de een op wat frivolere wijze dan de ander. Ik kom er achter dat collega’s die dagelijks mijn bureau passeren, uit alle windstreken komen: Zweden, Brazilië, Oekraïne, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittanië. Maar ook gewoon Grietje uit Groningen, om het geheel een beetje nuchter en in evenwicht te houden.

Bart presenteert vervolgens deel 2 van de resultaten van het medewerkerstevredenheidonderzoek. Hij stipt het punt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen aan. “Daar scoren we nog onvoldoende op.” Hij toont een foto van drie jaar geleden, waarop enkele jongens van Tweakers aan een computer sleutelen voor een goed doel. “Zie je wel, we kunnen het wel”, zegt Bart hoopvol op basis van de drie jaar oude foto.

Na Bart’s onderzoek komt Mike de IT-directeur op het podium. Fijntjes merkt hij op dat hij als native English speaker een presentatie gaat geven in het Nederlands, die vervolgens realtime vertaald wordt naar Engels door de aanwezige tolk. Ja, dat is de wereld op z’n kop inderdaad. Maar soit. Niet omdat het moet, maar gewoon omdat het kan.
Mike geeft ons inzicht in de organisatiearchitectuur. Na dit formele gedeelte presenteert hij Mike’s Wijsheden, zoals ‘Iets dat af is, is beter dan iets dat perfect maar niet af is.’ Kijk, dat vind ik nou een goeie, die ga ik onthouden. En: ‘Laat je ego thuis.’ In een specifieke hoek van de zaal klinkt rumoer, kennelijk is er daar iemand die zich erg aangesproken voelt.

De presentaties vorderen en na de laatste van Jitske in haar mooie nieuwe blouse, wordt het tijd voor ‘een stukje entertainment’, zoals dat tegenwoordig heet. Onze Groningse huisrapper Muzza komt in actie. En hoe! Na een opstarthobbeltje schudt hij met het grootste gemak een toffe rap uit z’n mouw, ondersteund met prachtige beelden van mooie mensen. Hé, dat zijn wij zelf toevallig! Kippenvel. Schitterend.

rap

Na dit hoogtepunt sluit Sander af. Hij vertelt over de vermeende grap van zonnekoning
Christian van Thillo; dPOS kon wel groeien van 40 miljoen naar 150 miljoen. Nadat Sander
smakelijk had gelachen om dit sterke staaltje Vlaamse humor, bleek het bittere ernst te zijn: het stond de volgende dag zwart op wit in een e-mail bevestigd. Allez, geen probleem, kunnen wij binnenkort mooi weer kennismaken met nieuwe collega’s uit Zuid-Korea, Paraguay, Finland, Mozambique en Groningen. Reuze gezellig en leerzaam.

Over gezelligheid gesproken, Sander had zijn laatste woord nog niet uitgesproken, of de band begint te spelen. Op naar de Summer Sangria Swing borrel! En om Muzza de huisrapper te citeren: “Een fijne vakantie, dit was ’t einde van het kwartaal, einde verhaal.” Proost.

band

De nieuwe kleren van mijn collega’s

“Hé!! Heb je een nieuw vest, O.?!” “Ja, gister samen met m’n moeder gekocht!” “Oh mooi, die lichte zomerkleur. Want je donkerblauwe en bruine vest zijn meer voor de winter.” “Vond ik ook. Maar jij hebt ook iets nieuws aan!” “Ja, vorige week gekocht.”

Zomaar een gesprekje op kantoor.

KlerenEenzelfde conversatie had ik een dag later met een andere collega. Ik complimenteerde
hem met zijn nieuwe trui. Ik had meteen gezien dat die nieuw was. Helaas was hij zelf niet zo tevreden over de groene kleur. “Staat je wel goed hoor, en je draagt bovendien nooit groen”, pepte ik hem op.

Al een paar jaar werk ik samen met een groep grotendeels dezelfde collega’s. Op een gegeven moment weet je best veel van elkaar. Zoals hoe het met ouders gaat, hoogte- en dieptepunten uit elkaars liefdesleven en dus wanneer iemand nieuwe kleding heeft.

Ook ken je elkaars gekke eigenschappen en gewoontes. Zo praten collega’s R. en R. vaak in een andere taal met elkaar. Waarom is me een raadsel. Surinaams, Frans, Spaans, Vlaams; vrijwel elke taal passeert de revue. Duits is echter veruit de favoriet. Gedurende de dag komen er een hoop hele en halve Duitse zinnen voorbij. Wellicht heeft het met de fascinatie van de ene R. voor de Tweede Wereldoorlog te maken. Ook voor wat lastigere of exotische talen draaien de heren hun hand niet om. Toen ik aankondigde naar Iran op vakantie te gaan, was Arabisch plotseling ‘de bom’ en kreeg ik de hele dag ‘Inshallah’ en ‘Allah Akbar’ naar mijn hoofd geslingerd.

Na een paar jaar samenwerken met dezelfde mensen, raak je qua humor ook wel aan elkaar gewend. Gelukkig zit ik een team met een paar feestneuzen, dus ik hoefde niet lang te wennen op zich. Een dag niet gelachen is in mijn geval een dag niet gewerkt. Een koffiepauze verliep laatst bijvoorbeeld zo: Ik vertelde dat ik op de Wallen was geweest. “Oh, wat deed je daar dan?”, vroeg de ene R. “Ik werk daar”, zei ik met uitgestreken gezicht. “Ah, dus je hebt nu eindelijk van je hobby je beroep gemaakt.” Aldus de andere R. Tsja. Dit is dan de nog wat meer intelligente kantoorhumor. Er gaat ook wel eens een scheetkussen rond en daar wordt dan ook hard om gelachen. Letterlijk platte, luchtige humor.

Wallen

Als de collega’s en de grappen me even teveel worden, correctie; als de werkdruk me teveel wordt, neem ik een paar minuten pauze. Ter ontspanning lees ik dan digitale krant De Correspondent. Een van de favoriete auteurs is Arnon Grunberg. Een ietwat vage filosoof die de rubriek ‘Thuis ben je waar…’ schrijft. Mooie stukken tekst, maar de clou ontgaat me meestal. Iets met ‘Thuis ben je waar de vrouw van de barpianist op je spullen past’ en Thuis ben je waar de ondergang je vriend is’. Ja ja, natuurlijk.

Waar ben ik eigenlijk thuis, naast mijn eigen huis? Op mijn werk in ieder geval. Waar we grappen maken over mijn zogenaamde werk op de Wallen. En we de inhoud van elkaars kledingkast uit ons hoofd kennen.

Op kantoor

Af en toe kijk ik vanuit helikopterperspectief naar mijn leven. Over sommige dingen ben ik dan tevreden, over andere minder. En sommige dingen vind ik van bovenaf gezien ronduit ráár. Zoals het leven op kantoor.

Ik heb hele gave, lieve, gekke collega’s met wie ik het goed kan vinden. Maar we zeggen wel vreemde dingen tegen elkaar.
“Hé hoooooi, hoe issie?!” “Ja goed, maar wel druk druk druk hoor. Die targets van Q4 hè, we moeten nog even een eindsprint inzetten.” “Ok, dan schiet ik wel even een meeting voor morgen in, want ik wil iets tegen je aanhouden. En dat kan niet wachten tot onze Bila of het overleg met de taskforce volgende week. Dit voelt echt als een aap op mijn schouder. Ik hoop dat ik samen met jou deze uitdaging plat kan slaan.”
Met dit soort gesprekken vul je met gemak een halve werkdag. En niemand kijkt er meer van op, nee hoor, we begrijpen elkaar.

Toen ik net begon met werken, lichtjaren geleden, moest ik erg wennen aan dergelijk kantoorjargon. Ik hoorde een zeergewaardeerde collega destijds vragen: “Wie is de probleemeigenaar?”
Wat?! dacht ik bij mezelf, hebben zelfs problemen hier een eigenaar? Nou, die moet ze dan toch oplossen lijkt me. Exit probleem. Maar zo eenvoudig lag dat niet, vertrouwde de collega me toe.

Het kan nog erger begreep ik laatst van een vriendin die net begonnen is bij een ministerie in Den Haag. Daar hebben ze het over pluffen en hossen*. Onbegrijpelijk als je geen ambtenaar bent.

Kantoor

Op zich is ons kantoorjargon dan nog wel aardig te volgen. Wat we wel veel doen merkte ik, is namen afkorten. Zo wordt Garikai Gary genoemd, Olga Ol, Linda Lin en Jitske Jits.
Hoewel, afkorten? Soms worden namen juist verlengd. Rick wordt Rickert bijvoorbeeld. Dat is misschien ook wel logisch, want aan Rick valt weinig af te korten. En m’n collega Irene gaat sinds kort door het leven als Bierene. Maar dat heeft meer met haar favoriete drankje te maken dan met de naam Irene an sich.

Over namen gesproken: de schoonmaker op kantoor is een allervriendelijkste man uit Marokko. Hij heet Appie. Ik stond er nooit bij stil dat dat eigenlijk geen gebruikelijke naam is voor een Marokkaanse man. Maar je kunt ook niet overal over nadenken, sommige zaken neem je gewoon voor waar aan.
Tótdat een collega mij laatst vertelde dat Appie helemaal geen Appie heet, maar Mohammed. Op mijn vraag waarom we hem dan Appie noemen, kwam het antwoord dat we vijf schoonmakers geleden een schoonmaker hadden die Appie heette. Sindsdien worden alle opvolgers, uit welke exotische windstreek dan ook, Appie genoemd.

Bij ons behoort dus blijkbaar zelfs de naam van de schoonmaker tot het jargon. Ik zei het al: het leven op kantoor is ronduit raar. Maar soms moet ik er vanuit mijn helikopter toch ook wel om lachen.

* pluffen: plv. – plaatsvervangend
hossen: HOS – Hoofd Ontwikkeling Samenwerking

Oorlog op het werk

Op het werk praten we vaak over oorlog. Om precies te zijn elke dag om kwart voor 4. Niet omdat ik 80-plussers als collega heb, of omdat er oorlogsvluchtelingen bij ons werken.

Nee, niets van dat alles. Het heeft te maken met Robert. Deze zeergewaardeerde collega is gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog.

Het begon onschuldig. Robert strooide met wat weetjes over de oorlog en stelde links en rechts een vraag om te kijken hoeveel wij er eigenlijk over wisten. Conclusie: bedroevend weinig. Dus wat doe je dan als je je kennis wilt etaleren en het niveau van je collega’s wat wilt verhogen? Dan ga je college geven. Elke middag om kwart voor 4, om er een beetje ritme en structuur in te houden.

Zo gezegd, zo gedaan. Sindskort geeft Robert zijn twee naaste collega’s Joshua en Eva college over de oorlog. Elke dag een ander onderwerp, zorgvuldig voorbereid. Aangezien we allemaal vrij dicht bij elkaar zitten, mogen de overige collega’s, waaronder ondergetekende, ook meegenieten van de colleges. Zo weet ik nu bijvoorbeeld dat we de kinderbijslag aan de Duitsers te danken hebben. Ja, je moet er maar op komen.

Maar wat heb je aan colleges als de stof niet ook getoetst wordt? Robert kondigt dus een heus tentamen aan. Joshua en Eva hebben ijverig aantekeningen gemaakt, dus op zich zou het tentamen een fluitje van een cent moeten zijn.

Tentamen door meester RobertVrijdagmiddag kwart voor 4 is het zover. Eerder die dag heeft Robert de tentamens bij mij in bewaring gegeven. Hij was bang dat terwijl hij naar toilet ging, de tentamens gestolen zouden worden. Meester Robert kent zijn pappenheimers. Ik bewaar de tentamens natuurlijk met alle liefde. Vooral omdat ik dan even de gelegenheid heb de tentamenvragen te bekijken. Ik wil wel eens weten wat voor kennis mijn collega gaat toetsen. Oei, ik ben eigenlijk wel blij dat ík geen tentamen hoef te maken:
– In Zeeland werd na de bevrijding doorgevochten. Waarom?
– Hoeveel concentratiekampen waren er in Nederland?
– Leg uit wat er apart was aan de staf van Kamp Westerbork*

De grote vergadertafel wordt ingericht met een kartonnen doos als tussenschot. De studenten zouden anders maar bij elkaar afkijken en dat is niet de bedoeling. Robert neemt plaats aan het hoofd van de tafel en houdt de wacht als een heuse examinator, terwijl Joshua en Eva zwoegen. Er zijn ook bonuspunten te verdienen. Met als resultaat dat Joshua een 10,3 scoort en Eva een 9,8. Op een schaal van 1 tot 10. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Na het succesvolle tentamen zijn de colleges over de oorlog voorbij. Maar niet getreurd, we zijn nog niet uitgeleerd. Joshua heeft besloten college te gaan geven over speciaalbier. Het is duidelijk, ik zit in een baan waarin ik nog veel kan leren. Over bijvoorbeeld oorlog en speciaalbier.

* PS: de antwoorden:

1. In Zeeland werd doorgevochten omdat daar Franse soldaten gelegerd zaten, die niet onder de nederlandse strijdkrachten vielen.
2. 19 concentratiekampen.
3. Er zaten vooral Joden in de staf van Westerbork.

Het bedrijfsfeest

Een keer per jaar moeten we er aan geloven: het bedrijfsfeest. Waar we vorig jaar (toen er nog een andere directeur was) lui op onze kont mochten zitten in een zeilbootje, moest er nu gewerkt worden. We gingen spelletjes doen op het Scheveningse strand, in het kader van teambuilding. Tsja. In het kader van goed werknemerschap doe je natuurlijk actief mee. Mij krijgen ze niet klein hoor. En toegegeven, het mega-katapult-schieten, knotshockey en bubbelvoetbal waren best wel leuk!

Maar écht leuk werd het natuurlijk pas later op de avond, toen er gedanst ging worden… Annemarie van de klantenservice bijvoorbeeld is beroemd en berucht op werkfeesten en -partijen. Beroemd bij de meiden vanwege haar enthousiaste dansmoves, berucht bij de mannen vanwege eeehh… ja hetzelfde eigenlijk. Annemarie heeft een Rubensfiguur met bijbehorend prachtig decolleté moet je weten. Tijdens het dansen is dit onderdeel van het succes en menig man heeft haar imposante decolleté al gewild of ongewild van dichtbij mogen bewonderen. Omdat Annemarie ook nog eens best lang is, kan het vooral voor de kleinere mannen soms best schrikken zijn. DansenWie mij gister verbaasde, was Richard van de IT helpdesk. In het dagelijks leven een vriendelijke jongeman die altijd voor je klaarstaat als je computer crasht of je telefoon plotseling verdwenen is. Altijd een poloshirt aan, je kent het wel. Maar op de dansvloer deed hij met gemak een lap dance met een van de dames (niet ondergetekende). Soepel in de knietjes hoor, die Richard. Met recht de (onvermoede) ster van de dansvloer!
En ook hadden we daar nog Arjen, accountmanager, die in het voorbijgaan zijn hand losjes op mijn heup legde. Een echte salesjongen hè, alle mogelijkheden verkennen om te scoren. Hij zal ongetwijfeld goed zijn in zijn vak.

Gelukkig waren er ook mensen die zich precies zo gedroegen zoals je zou verwachten: de software developers. Zij stonden devoot aan de kant met een biertje in de hand. Het kan zijn dat ze het over Annemarie hadden, of over ander vrouwelijk schoon. Hoewel het me ook niet zal verbazen als ze het over eentjes en nulletjes hadden, bits and bytes en de nieuwste programmeertaal. Ieder z’n interessegebied. Mijn baas, Margreet, danste ook niet. Niet omdat zij het niet kan of durft zoals de whizzkids, nee, zij was druk aan het lobbyen bij andere hooggeplaatsten. Want dansen & sjansen is natuurlijk voor het klootjesvolk. “Een bedrijfsfeest is gewoon een verlengde werkdag, hoor”. Maar ja, dat snappen de zuipende simpele zielen natuurlijk niet. Het is een extra mogelijkheid om lijntjes te leggen (niet op een spiegeltje) en handige contacten op te doen. Want ja, waar en wanneer worden de deals gesloten? Juist… Ik zag haar aan de rand van de dansvloer druk in gesprek met de HR-directeur. Als mijn team binnenkort een collectieve salarisverhoging krijgt, weet ik hoe en vooral waar die tot stand gekomen is. Dank je Margreet.

Het moge duidelijk zijn. Zo’n bedrijfsfeest is een stuk effectiever voor de onderlinge banden dan brainstormsessies, projectgroepjes, bila’s, strategie-updates, milestone demo’s, mag-ik-even-iets-tegen-je-aan-houden-besprekingen etc. Vooroordelen en stereotyperingen worden ontkracht én bevestigd. En mijn collega’s zijn gewaarschuwd. Die worden zowel in formele als in informele setting in de gaten gehouden. Door mij. Ik moet érgens inspiratie voor dergelijke schrijfsels vandaan halen. Wanneer is het volgende feest?

PS: de namen van de betreffende collega’s zijn uiteraard gefingeerd. Because, what happens in Scheveningen, stays in Scheveningen.