Herfst

De wind raast door de donkere straten en de regen slaat tegen de ramen. Ik zit nog op kantoor, maar ik wil naar huis. De werkdag is voorbij. Er zit niks anders op dan het slechte weer te trotseren. Overnachten op kantoor is ook zo wat.
Na een half uur ploeteren door de opgefokte stad, kom ik thuis. Zeiknat en chagrijnig. Ik haat dit koude, natte, winderige herfstweer. Regen

Nadat ik opgedroogd ben, plof ik op de bank en lees de bijlage van een oude weekendkrant. Er staat een reportage over vluchtelingen uit Eritrea in. Na Syriërs zijn mensen uit Eritrea de grootste groep asielzoekers in Nederland. Velen zwaar getraumatiseerd. Vrijwel allemaal krijgen ze meteen een verblijfsvergunning. Dat zegt genoeg, tegenwoordig.

Eritrea wordt vergeleken met Noord-Korea vanwege de dictatuur. Jongens en mannen moeten voor onbepaalde tijd het leger in. Soms voor de rest van hun leven. Ze verdienen veel te weinig om hun gezin te onderhouden. Daarnaast hebben ze vaak ook nog eens grote schulden bij mensensmokkelaars die een familielid hebben geholpen met vluchten.

De meeste Eritreeërs die het land ontvluchten, proberen in Ethiopië een bestaan op te bouwen. Als dat niet lukt, reizen ze verder door Sudan en Libië naar Europa. Hierbij zijn ze afhankelijk van meedogenloze mensensmokkelaars en de tocht kan maanden tot jaren duren. Het is een periode vol martelingen, bedreigingen, vrijheidsberoving en afpersing, aldus een hoogleraar en Eritrea-deskundige. “Zij die Europa halen hebben onbeschrijflijk fysiek en seksueel geweld meegemaakt.”

Een 25-jarige jongen komt aan het woord. Zijn foto erbij maakt het verhaal nog indringender. Tijdens zijn eerste vluchtpoging, na drie jaar onafgebroken in het leger, werd hij gepakt en in een van de beruchte ondergrondse gevangenissen gestopt. Met twintig personen in een ondiepe kuil in de grond met een metalen deksel er op, in de woestijn. Een luchtgat ter grootte van een baksteen. Staan was onmogelijk. “Toen ik er na vier maanden uitkwam, was mijn zwarte huidskleur lijkbleek.”
De tweede vluchtpoging van de jongen lukte wel. Een bestaan opbouwen in Ethiopië bleek echter onmogelijk. Hij trok verder. Op zoek naar vrijheid en bestaansrecht. Tijdens de reis door Libië heeft hij ziektes overwonnen, gevangen gezeten en vluchtelingen zien sterven van uitputting. Na een boottocht van vijf dagen op de Middellandse Zee bereikte hij Europa. Hij is uiteindelijk terechtgekomen in Zaandam en probeert daar nu een bestaan op te bouwen. “Zodra ik het hoogste niveau van mijn cursus Nederlands heb bereikt, ga ik studeren. Dan kan ik geld verdienen en dat naar mijn moeder sturen.” Die heeft hij sinds het begin van zijn tijd in het leger niet meer gezien.

Ik ben mijn chagrijnige bui volledig vergeten. Mijn hemel. Wat. Een. Ellende.
De volgende keer dat ik met guur herfstweer op de fiets zit, zal ik denken aan het verhaal van deze veerkrachtige Eritreeër. Ik leef in vrijheid en dat is puur geluk. Ook al voelt die vrijheid soms wat nat en winderig aan.