Ik wil verhuizen

Laatst had ik een feestje. In Houwerzijl. Ja, dat is een eind verwijderd van de bewoonde wereld. Het ligt in Noord-Groningen, vlakbij de welbekende plaatsen Doodstil, Moddergat en Zuurdijk. Dat verduidelijkt het misschien.

Na een paar lekkere drankjes piepte ik er even tussenuit. Want ik wilde wel iets meer van Houwerzijl-city zien. Een puik idee, want het bleek een heel schattig dorpje te zijn. De tijd had er stilgestaan.

Al wandelend genoot ik van de pittoreske omgeving, de kleine straatjes, de huisjes met rode daken, de grote buitenplaatsen en de ruime tuinen met veel groen. Ik nam een flinke teug frisse lucht.

Koeien

En toen ging het mis.

Ik dacht plotseling: “Ik wil hier ook wonen!” Weg met die vieze vuige stad waar het vaak net een open inrichting is.
Mijn fantasie sloeg vollédig op hol. Ik zag mezelf al wonen in zo’n schattig klein huisje. Een Huisjerood-wit geblokt tafelkleedje op tafel en kanten gordijntjes voor de ramen. Een soort Hans- en-Grietje setting. Met natuurlijk een grote tuin met weelderige bloemen en mijn zelfgekweekte groente en fruit. Hartstikke mindful, lekker wroeten in de aarde. Weg met yoga-klasjes en dubbele latte macchiato’s. Nee, Houwerzijl was beslist geen gek idee besloot ik.

Terug in de trein naar Amsterdam was ik helemaal vol van dit plan. Het leek me goed om eens op Funda te bekijken, want een huis zou de hoogste prioriteit hebben. De huizenmarkt in Houwerzijl echter, bleek nog oververhitter te zijn dan in Amsterdam. Er stond namelijk niet één huis te koop. Niet 1, uno, iets. Niets. Zelfs geen schuur, garage of kelder.

Dat bracht het eerste scheurtje in mijn fantasie. En wat me vervolgens ook niet zo lekker zat, waren mijn aardige buren in Amsterdam. Die zou ik dan ook definitief gedag moeten zeggen. Met mijn bovenbuurvrouw deel ik lief en leed en vooral de laatste buurtroddels. Met een andere buurvrouw ga ik geregeld wandelen en pizza eten. Mijn buurman naast me heeft me laatst geholpen bij een gaslek en de onderbuurman roept dagelijks naar me: “Lekker weer hè buuf??!” Weer of geen weer. Wilde ik dit dorpse stukje stad wel achter me laten?

Net als mijn vaste koffiebar waar de taartjes zo lekker zijn, de vele culturele
uitgaansmogelijkheden, de grachten en parken, de Marqt, de knappe mannen op straat, Taartm’n bij tijd en wijle hilarische collega’s. En de Amsterdamse ‘humor’. Zeg je “goeienavond” tegen iemand, zegt die terug: “Nou, dat mag ik wel hopen ja!”

De trein had mij inmiddels uitgespuugd in die vieze vuige stad. Al fietsend passeerde ik de bloemenstal vlakbij m’n huis. “Haaai schètt, ’t leven is maaauujer met jauww”, riep de bloemenman terwijl hij een rode roos ferm de lucht in stak mijn kant op.
Houwerzijl. Leuk, maar nu nog niet. Het leven in een open inrichting is toch net even wat spannender dan in de besloten omgeving van Doodstil.