Wat moet ik doen?

Vorige week zaterdag keek ik uit het raam. Lekker ontspannend. Totdat mijn oog viel op een dikke jongen.

De jongen stond vanaf de straat voorovergebogen in zijn auto te graaien. Links en rechts naast zich gooide hij afval neer. Wat is dit nu weer voor idioot, dacht ik bij mezelf. Maar toen kwam hij overeind en greep naar z’n kruis. Nog voordat ik goed en wel met mijn ogen kon knipperen, stond de dikkerd midden op straat te plassen.

Ja, te plassen. Midden op de rijbaan, geen boom te bekennen. Hij tilde z’n jongeheer nog wat hoger op zodat er een straal met grote boog ontstond. Klaterend kwam zijn plas op straat neer. Hij keek triomfantelijk in het rond.

Ik zag het aan en was met stomheid geslagen. Welke idioot gaat er nu midden op straat staan pissen? Tegelijkertijd werd ik boos op mezelf. Waarom laat ik dit gebeuren? Intussen stapte de jongen in zijn auto en reed scheurend weg.

Moedeloos streek ik neer op de bank. Maar plots moest ik denken aan Hilleke. Hilleke Keereweer, een 80-jarige struise dame die de voedselbank in Amsterdam-Osdorp bestiert. Zij zou wél raad weten met zo’n straatpisser. Ik denk dat ze hem bij kop en kont had gepakt en zonder pardon in de gracht had gegooid. Hilleke
Het Parool wijdde onlangs een mooie reportage aan Hilleke Keereweer. Deze daadkrachtige senior stuurt met verve twintig vrijwilligers bij de voedselbank aan. Ze doet oproepen via kerkbladen en lokale kranten: wie kan er nog melk, kaas of knuffelbeesten missen? Of als een klant in een crisis blijkt te zitten, kijkt ze met hulpinstanties of ze kan helpen.

Dit vrijwilligerswerk bij de voedselbank doet Hilleke al 10 jaar. Andere banen heeft ze nooit zo lang volgehouden.
Als twintiger woonde ze aan de grachtengordel en zou ze gaan trouwen. Drie weken voor de grote dag had de aanstaande bruid er ineens geen zin meer in. Ze blies het huwelijk daarom af. “Met mannen was het net als met banen, na een tijd was ik er weer klaar mee.” Kijk, dan heb je lef hoor.

Ik moet dus gaan werken aan mijn innerlijke ‘Hilleke’. Gelukkig heb ik nog 47 jaar om te leren net zo kordaat te worden als zij. Als ik straks op mijn 80ste zo’n pissende stumper tegenkom, weet ik wat me te doen staat. Hopelijk voor dat kereltje is er dan geen gracht in de buurt.