Een burgerlijke kerst

Vorige week maakte ik een pauzewandeling tijdens mijn werkdag. Zitten is het nieuwe roken tenslotte. Ik wandelde op mijn gemak door de Amsterdamse wijk Tuindorp Oostzaan, vlakbij mijn werk gelegen. “Rondje Tuindorp” noemen mijn wandelcollega’s en ik deze route.

Tuindorp is een voormalige arbeiderswijk. Je ziet er kleine lage huisjes van rode baksteen, met een puntdak en kitscherige vitrage. Veel prullaria in en om het huis, zoals porseleinen poesjes en tuinkabouters. Kleine hondjes. Grote auto’s. En wat doen de Tuindorpers in de periode voor Kerst? Het huis versieren. En de tuin.
Geloof me, daar wordt niet op bezuinigd. Ik telde heel veel kerstmannen, -kransen en -slingers, hysterisch knipperende lichtjes in de meest exotische kleuren en grote, volgehangen kerstbomen. Veel bling bling en kitsch, dat vat de situatie goed samen denk ik.
Ik stel me voor dat in die periode de belangrijkste vraag is welke kleur kerstballen in de mode is. En of de kerstversiering van de buren niet mooier en grootser is dan die van jou.

Ik versier mijn huis nooit met Kerst. De tuin ook niet, want die heb ik niet. Het voelt voor mij toch wat burgerlijk als ik dat zou gaan doen. Ik ben jong, dynamisch, het Nederlandse equivalent van Bridget Jones en woon in de grote stad. Dan doe je zoiets niet, is mijn overtuiging. Het lijkt me meer iets voor gezinnen in Almere of in een Tokkies-wijk.
Of wil ik stiekem eigenlijk niet geassocieerd worden met mensen die volledig los gaan met zoiets simpels en kitscherigs als kerstversiering? En als extra hindernis lig ik dan ook nog liever lui op de bank dan met een kerstboom door de straat te moeten slepen. Kortom, ook dit jaar weer niks bijzonders te zien in mijn huis.

Kerst

Maar afgelopen weekend was ik bij een paar verschillende vriendinnen op bezoek. Zij hadden allemaal hun huis aangekleed met een kerstboom en wat kerstversiering. En dat vond ik eigenlijk toch wel gezellig en sfeervol.
Toen ik er nog iets langer over nadacht; vond ik vorige week al die lichtjes in de Amsterdamse binnenstad en horeca niet heel erg leuk? Ik zei nog enthousiast tegen een vriendin hoe mooi de stad wel niet was op dit moment. Wat ben ik hypocriet zeg, bah.

Misschien moet ik me dan er ook gewoon maar aan overgeven.
Het stukje burgerlijkheid in mij bevrijden en zorgen voor wat licht en bling bling in huis. Er is ellende genoeg in de wereld, dus waarom niet even de boze buitenwereld buitensluiten en je bezig houden met iets simpels en vrolijks? Ik moet niet zo streng zijn door dit voor mezelf af te keuren, en het voor anderen goed te keuren. Of stiekem zelfs toe te juichen.

Die Tuindorpers hebben dit allang door. Die schamen zich nergens voor en genieten gewoon van hun uitbundige versieruitspattingen. Ja, ik ga een voorbeeld aan hen nemen, het kan nog nét. Zometeen sjees ik naar de stad en koop ik een rendier met lichtjes in zijn gewei en een setje kerstballen. Maar eerst even uitzoeken welke kleur kerstballen dan precies in de mode is. Misschien moet ik een omweg via Tuindorp maken.

Een nieuwe liefde

Sinds kort date ik met een vrouw. De afgelopen jaren sprak ik zo nu en dan met mannen af, maar geen van deze dates is uitgegroeid tot een echte relatie. Dat lag soms aan de man in kwestie, maar vaker nog aan mij. Langzaam maar zeker werd me duidelijk dat ik een andere koers moest gaan varen.

Er waren zeker leuke mannelijke exemplaren bij hoor. Zo heb ik bijvoorbeeld goede herinneringen aan T., die ik –vers in Amsterdam– ontmoette op een bootje en die me in de weken daarna onbewust wegwijs heeft gemaakt in de stad. Of aan C., met wie ik ging frisbeeën en wijn drinken in het Vondelpark. En natuurlijk aan H., mijn laatste echte crush, die veel voor me betekende. Hij leerde me brood met pindakaas en banaan te eten. hart-2

Aan sommige anderen wil ik liever niet herinnerd worden, zoals aan diegene die mijn twee kopjes thee na afloop van de date wilde verrekenen. Niet in natura gelukkig. Of aan de enthousiasteling die me elke avond dit soort berichten stuurde: “Ey, hoe was je dag?” “Ey, hoe gaat het met je?” Heren. Je spreekt een dame niet aan met “Ey”. Verzin alsjeblieft iets charmanters. En nu niet gaan zeggen dat ik geen dame ben.

Maar goed, been there, done that. Tijd voor iets nieuws. En ik moet zeggen, het bevalt me. We hebben al veel leuke dingen gedaan samen. Gewandeld in het Amsterdamse Bos, langs de grachten geslenterd en naar een museum geweest. Samen geluierd op de bank met thee en chocola. Ja, ze is erg veelzijdig en dat maakt haar aantrekkelijk. Ik neem haar zelfs al mee naar afspraken met vriendinnen. Langzaam maar zeker wen ik aan het idee. Daten met mannen, het hoeft voor mij niet meer. Ik ga me nu focussen op mijn vriendin. We zitten nog in de fase van elkaar leren kennen en aan de situatie wennen, maar toch ook weer niet. Ik ken haar tenslotte al ruim dertig jaar. Ik ben het namelijk zelf. Want volgensmij kun je pas van een ander houden, als je het goed hebt met jezelf en van jezelf houdt. Daarom ga ik de komende tijd veel met mezelf daten. Succes gegarandeerd. Wie weet komt ‘die ander’ dan zomaar voorbij. En zo niet, dan heb ik in ieder geval mezelf om van te houden.