Ik mag niet klagen

Toeristen die de weg vragen. M’n gezellige buurman die de weersomstandigheden met me wil bespreken. Of zomaar vreemdelingen. Sinds ik in Amsterdam woon, wordt er veel tegen me gepraat op straat.

Laatst nog een vrolijke Surinaamse meid. Ik stapte tegelijk met haar uit de tram en we werden weggeblazen door een windvlaag. Ze zei dat ze veel te koud gekleed was en al keuvelend liepen we samen 200 meter op. ‘Fijne dag!’ riepen we naar elkaar toen onze wegen scheidden.

Dit soort spontane ontmoetingen kleuren je dag toch?

Ook onderweg naar mijn werk wordt er regelmatig tegen me gepraat. Ik moet een stukje met de pont over het IJ varen om kantoor te bereiken. Sinds kort heb ik een vriend op de pont. Hij begon eens tegen me te kletsen toen we zowel ’s ochtends als ’s middags op hetzelfde tijdstip bij de pont wachtten. ‘Goh, dezelfde werktijden blijkbaar?’ Vanaf dat moment spreek ik mijn pont-vriend regelmatig en dat is vaak gezellig.

Maar.

Er is een categorie kletsers waar ik minder blij van word. De klagers. En helaas, die zijn erKlagen in Mokum in groten getale. Bij iedere open brug, vertraagde trein of opengebroken straat zie ik mensen misprijsd hun gezicht naar me toe draaien en hun mond openen. Stoïcijns en acuut draai ik m’n hoofd in een andere richting, want ik heb écht geen zin in gemopper, gemekker, gezanik en gezeur. Blijmoedig onderga ik daarom maar elke vertraging en wegomleiding.

Dat komt denk ik door thuis. Door vroeger. Klagen mocht niet. ‘Hoort bij het leven, kind.’ ‘Het gaat met vallen en opstaan.’ ‘Vergeleken met andere mensen in de wereld heb jij het zo slecht nog niet.’ Ik heb alle varianten voorbij horen komen. Tsja, wat heb je daar nog tegen in te brengen? Dit maakt misschien dat ik op straat de klagende medemens mijd als de pest.

Toch klaag ik wel degelijk, eerlijk gezegd. Namelijk tegen bovenbuurvrouw N. We delen een trappenhuis en een dakterras, dus we komen elkaar geregeld tegen. Daarnaast appen we elke dag. Een heel leuk en gezellig contact, maar het viel me op dat we ook uitgebreid kunnen klagen allebei.

klagen2We klagen over de zoveelste verbouwing in de binnentuin; ‘weer van die yuppen die zo nodig een serre moeten. Waar doen ze het van?’ Over de studenten ‘op links’ die wakker worden wanneer normale mensen naar bed gaan, ‘die asociale dikke van de overkant’ die z’n muziek zo hard heeft staan. Over de parkieten in de grote boom die snerpende herrie maken, onze klusjesman die zich gedraagt als dramaqueen. Over de beheerder van de VVE die de taken niet naar behoren uitvoert, de grote hoeveelheid idioten op straat, het drukke verkeer op het Surinameplein, mannen die niet doen wat je wilt, mannen die doen wat je juist níet wilt. Kortom, alles en iedereen passeert de revue.
klagen

Voelt ook best lekker eigenlijk. De schade van vroeger haal ik ruimschoots in. Ik mag in ieder geval niet klagen met zo’n buurvrouw. Ik mag wel tégen haar klagen gelukkig. Geen klaagmuur, maar een klaagbuur. En die wens ik iedereen toe. Dan is het bij de openstaande brug ook weer wat gezelliger.

 

 

Bij de politie


Sinds kort zit ik bij de politie. Nou ja, niet echt natuurlijk. Nee. Ik zit bij de Facebookgroep Politie Amsterdam Overtoomsesluis. Vraag me niet hoe ik lid van deze groep ben geworden, ineens was ik het. En wat blijkt, het is een interessante groep.

Onder het kopje Informatie lees ik bijvoorbeeld letterlijk:

“Anno 2015 kunnen wij politie PolitieagentOvertoomse Sluis ons niet meer verschuilen voor de digitale platformen. Onze visie om ‘ online ‘ te zijn is, u snel en vaak met beelden / foto’s te informeren over wat wij allemaal doen in jouw buurt. Ons redactieteam, zijn gewoon collega’s die dag en nacht werken, gewoon, op straat in uw wijk. En soms ook, gewoon, vrij zijn! Immers zijn wij niks voor niks #ASD247. Met u mening en ons soms inventieve wijze zoeken wij samen naar de verbinding. Want samen zijn wij sterk. #OvertoomseSluisZoektVerbinding”

Potverdorie, per zin stijgt toch je sympathie voor de politie? Ik zie al voor me hoe een agent heeft zitten zwoegen op zo’n tekst. Omdat zijn/haar leidinggevende vond dat ‘we ons niet meer kunnen verschuilen voor digitale platformen.’ Tijdens het tekstueel ploeteren vergetend dat drie keer het woord ‘gewoon’ in een zin niet zo fraai is. Heel andere koek dan boeven vangen, maar de schrijvende agenten doen het met verve vind ik. Samen zijn zij sterk. Niet altijd even helder geschreven, maar met de beste wil van de wereld. Én met veel hashtags.

Ik lees vervolgens een bericht over een ongeluk in de Kinkerstraat:

“Een groep Franse mannen (toeristen), had hier in het mooie Amsterdam fietsen gehuurd. De Fransen waren fietsend een vrijgezellen feest aan het vieren.” Een van de feestvierders had volgens de politie de gladheid van de trambaan onderschat en was onderuit gegaan. “De Franse mannen alsmede de aanstaande bruidegom waren erg behulpzaam. Ook bekommerden zij zich over hun vriend door bij hem te blijven terwijl Ambulancedienst van Amsterdam eo met hun vriend bezig was.”

Wat een heerlijke, droge beschouwing. Het lijkt me niet meer dan logisch dat je je om je vriend bekommert en bij hem blijft als die gewond geraakt is. Zélfs de aanstaande bruidegom heeft volgens de politie geholpen! Nou, het moet niet gekker worden.

Maar dan komt het.

“Terwijl we druk bezig waren met de hulpverlening aan het ongelukkige slachtoffer, heeft een of andere onverlaat de fiets van het slachtoffer gestolen. De Franse toeristen baalden enorm en hebben helaas geen mooie ervaring nu aan Amsterdam. Namens ons dank hiervoor! ‪#‎waargaathetheen‬.”

Ik schiet in de lach vanwege de woordkeuze: ‘een of andere onverlaat’. Pietje Bell verschijnt op mijn netvlies. En vooral ‘namens ons dank hiervoor!’. Tussen de regels door lees je de irritatie. Het zit de schrijvende agent echt dwars. Wel weer een mooie #hashtag overigens.

Ongeluk

Maar gelukkig zijn er ook zaken die vrolijker eindigen. Onlangs zagen twee dienders op het Mercatorplein een puppy uit de tram stappen. Ze hebben hem gevangen en meegenomen naar het bureau. “Al snel meldde zijn baasje zich. De pup, Kees genaamd, was alleen op avontuur gegaan. De pup en zijn baasje zijn weer herenigd! Kees heeft natuurlijk een “112 Ik speur mee” halsband gekregen! Kees closed!”

Kees closed. Dan ben je een agent met humor hoor. Een baas.

Ik speur nog wat verder en kom een bericht tegen over het verwijderen van fietswrakken:

“Heeft u een fiets die u nooit meer gebruikt? Bedenk dan wat u er mee wil. Misschien is het tijd dat u afscheid van hem neemt? #opgeruimdstaatnetjes.” Benieuwd hoeveel mensen deze raad ter harte nemen, maar een sympathiek advies is het wel, afscheid nemen van je fiets.

Vaak klinkt de roep om meer blauw op straat. Ik roep in ieder geval om meer blauw op Facebook. Ik weet niet of de wereld er echt veiliger van wordt, maar in ieder geval wél grappiger. #ikbenfan

NB: Ja, er staan wat taalfouten in deze column. Ik heb bepaalde stukken tekst letterlijk van de Facebookpagina van de politie geciteerd. Inclusief taalfouten 😉