Vreemde vogels

Laatst was ik ziek en daarom kwam mijn moeder op bezoek. Niks fijner dan een beschuitje en kopje thee van je moeder als je ziek bent. Ook al ben je al 33 jaar oud.
Nog voordat mijn moeder goed en wel binnen was en vroeg hoe het met me ging,
riep ze: “Weet je wat ik net zag hier op straat?!” “Nee, geen idee.” “Een man
met zeven teckels aan de lijn!!!” Ik moest mijn moeder teleurstellen, ik zie dit heerschap geregeld met tíen teckels. Inmiddels ben ik daar niet meer verbaasd over. Alles went. Al vraag ik me wel af wat je met tien teckels moet.

Ik zeg tegen moeders dat ik wel vaker vreemde vogels zie bij mij in de straat. En
dan doel ik niet op de grote groene parkieten die de hele stad bevolken.
Zo loopt er vaak een kale donkere man in een geheel wit pak en witte bril langs. Vroeger zou je trouwens gewoon neger zeggen, maar dat mag nu niet meer. Hij draagt altijd een heel grote radio op zijn schouder, waar uiteraard luide muziek uit komt. Zowel
zijn muziek als verschijning zorgen voor een vrolijke noot in de straat. Letterlijk en figuurlijk.

Iemand anders die voor vrolijkheid zorgt, is mijn onderbuurman. Deze beste man is Vogel
immer goedgemutst en heeft één onderwerp waar hij graag over praat. Het weer. Zodra we elkaar tegenkomen op straat, begint hij over het weer. Volgens hem is het elke dag goed weer. Fijn als je altijd één onderwerp paraat hebt om over te praten en zo opgeruimd in het leven staat. Wel zo overzichtelijk. Schrik dus niet als ik binnenkort op een feestje over het weer begin, schijnbaar word je er vrolijk van. Of werkt het andersom, dat een vrolijk persoon graag over het weer praat, bij gebrek aan problemen om over te praten?

Over opgeruimd gesproken: dat kun je van het hoekpand vlakbij mijn supermarkt niet zeggen. Daar woont een man die zijn hele huisje, een voormalig winkelpand, volgestouwd heeft met rommel. Vaak staat de deur open en hij heeft doorschijnende rolgordijnen, dus je kunt alles zien. Van onder tot boven en van links tot rechts: troep. Hoe kun je hier leven vraag ik me af. Wie wat bewaart, heeft wat, schijnt deze man denken. Zou die man met al die teckels dat ook denken? Wel opvallend trouwens dat alle vreemde vogels in mijn buurt mannen zijn. Dit kan geen toeval zijn.

Het beschuitje en kopje thee zijn op. Mijn moeder is helemaal op de hoogte van de vreemde buurtvogels en gaat weer weg. Morgen kan ik niet komen, zegt ze. Dat geeft niet mam, want met dit soort fascinerende mensen in de straat, verveel ik me geen seconde. Je zou je er haast een extra dag voor ziek melden.