Ik ga naar Stefan toe

Laatst las ik een interview met een schrijfster uit New York. De journalist vroeg of vreemden een belangrijke rol in haar leven speelden. De schrijfster beaamde dat: ‘Ik woon alleen. Als je boos of verdrietig bent, bel je niet meteen iemand op. Dan neem je jezelf maar mee naar buiten, de straat op. Daar verdwijnen donkere gedachten en eenzaamheid. Het zien van vreemden is vaak héél helend.’

Ha!, dacht ik. Daar zit wat in! Ik wandel ook graag door de stad. Gedachten de vrije loop laten of gewoon wat om me heen koekeloeren. Soms ontmoet ik daarbij ook vreemden, zoals laatst een stelletje dat voor me liep. Ik liep een tijdje geruisloos achter ze, totdat zij haar voet op een bankje zette. Hij ging braaf haar veter strikken. Toen ik passeerde, keek hij beschaamd op. Ik moest lachen en vroeg: ‘Heb je misschien nog een broer?!’ Helaas. Had ‘ie niet.

Maar wat eigenlijk nog beter werkt dan deze vluchtige ontmoetingen, is boodschappen doen. Zoveel aardige kleine ondernemers bij mij in de buurt die ik inmiddels persoonlijk ken. Meestal gaat het om boter, kaas en eieren, maar laatst had ik een wat meer bijzondere boodschap te doen.

In het trappenhuis thuis was een stop doorgeslagen. Op naar de winkel. Naar de ijzerwaren-  annex doe-het-zelf-zaak aan de Overtoom. Achter de kassa stond een stevige vrouw, van het praktische soort. Oude spijkerbroek, vale trui, pittig kort kapsel. Grote handen met eelt. Ik liet haar de stop zien. Mezelf kennende zou ik anders toch geen details over soorten en maten kunnen noemen. ‘Wat?!’, riep ze uit, ‘2 ampère?!’ ‘Euh… tsja’ Meer kon ik er niet over zeggen helaas.

Ijzerwarenwinkel Overtoom

Intussen was ze op haar knieën voor het onderste laatje van een grote kast gaan zitten. ‘Nee, alleen 16 ampère.’ ‘Steeeeefffaaaáán!!’, gilde ze. Vanuit het niets kwam er een vrolijke jongeman met heldere blauwe kraaloogjes aan. Dit was kennelijk Stefan. Hij verwonderde zich ook over de 2 ampère. En begon me vervolgens met zwaar Zaans accent uit te leggen dat 2 ampère waarschijnlijk van een gezamenlijke stroomvoorziening in een trappenhuis was. Bewust zo laag zodat mensen geen stroom gingen aftappen. Leer Stefan de Amsterdammers kennen. Slot van het liedje was dat hij me doorverwees naar een nog specialere speciaalzaak.

Lang leve Stefan. Bij deze speciale speciaalzaak heb ik stoppen van 2 ampère gescoord. Het doosje moest weliswaar uit een stoffige kelder komen, maar toch, ik was er blij mee.
Op de terugweg passeerde ik de zaak aan de Overtoom weer. Ik dacht ‘weet je wat, ik ben in een goede bui, ik ga even melden dat het gelukt is’. Ik zwaaide de deur open. Stefan stond achter de kassa een klant te helpen. Ik stak mijn duim naar hem op. ’t Is gelukt!!’ Hij stak ook z’n duim op en riep: ‘Oké! Ik zal het tegen mijn moeder zeggen!’ Och, wat een schatten, deze mensen. Zo aandoenlijk.

Als de stoppen weer een keer doorslaan bij mij, letterlijk of figuurlijk, weet ik waar ik naar toe moet. De straat op, richting Overtoom. Zo snel mogelijk naar Stefan en z’n moeder. Werkt héél helend.